Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/05 > Reportages

Reportage

"Global experience" voor wetenschappers in Leiden

Reportage van het symposium 'Integration processes and free trade agreements since 1989'

door Ida Petter

"Geen liter water kan Leiden verlaten zonder daartoe eerst meters omhoog gepompt te worden." Aan boord van een open rondvaartboot luisteren een dozijn buitenlandse onderzoekers naar wetenswaardigheden over de universiteitsstad en de Rijnloop. Digitale camera's komen tevoorschijn ter hoogte van De Lakenhal. Nekken verrekken zich om de voormalige Sterrenwacht te kunnen zien. De meerderheid van deze heren en dames landde een uur of twee geleden op Schiphol en had de bagage in het hotel achtergelaten om zich om zes uur bij de boot te melden. De Zweedse handelsstatisticus Alvstam laat zich ontvallen hoe aangenaam de treinverbinding van de luchthaven naar Leiden is. De heren en dames uit India, Rusland, Canada, Brazilië, Japan, Mexico, Australië en Zuid-Afrika hebben echter een langere vlucht achter de rug en laten nu zwijgend, genietend van de ongewoon warme septemberzon, de oude textielstad aan zich voorbij komen. Na een uur braaf links en rechts kijkend op aanwijzing van de gids, komt om half acht de eindbestemming in zicht: een restaurant achter de Zijlpoort.

Jenever en sigaren

De wetenschappers weten snel hun jetlag te overstijgen en bestoken elkaar tijdens het diner met gevatte opmerkingen, boeiende verhalen en uiteenzettingen over dit-en-dat. Naarmate de wijnconsumptie toeneemt, daalt het wetenschappelijke gehalte van de conversaties evenredig: of iemand weet waarom Bols Jenever in Quebec gedronken wordt. Waarom het yoghurtachtige nagerecht 'hangop' heet. Of het Vlaams Blok de volgende verkiezingen in Nederland zou kunnen gaan winnen. Tsja, topwetenschappers blijken niet van alle markten thuis te zijn. De marktwaar van deze groep - waarmee zij de wetenschappelijke wereld afstruinen -  is de studie naar economische integratieprocessen en internationale handelsverdragen. Ze geven acte de présence op het tweedaagse internationale symposium 'Integration processes and free trade agreements since 1989', georganiseerd door de Praktijkstudies Letteren. Marianne Wiesebron (organisatie) sluit de kennismakingsavond af met een sigaar uit Nederlands-Indische doos.

De uitgeslapen wetenschappers zitten vrijdagochtend negen september om tien uur in een conferentiezaal van het Lipsius-gebouw. Inmiddels zijn ook een twintigtal studenten uit verschillende studierichtingen en belangstellenden van enkele buitenlandse overheden aangeschoven. Marion Kappeyne van de Coppello (Buitenlandse Zaken) opent het symposium met de constatering dat Mongolië het enige land is dat geen deel uitmaakt van welk handelsverdrag dan ook. Maar dat zal niet duren; ook deze laatste der Mohikanen kondigde recentelijk aan om een handelsverdrag te onderhandelen, en wel met de Verenigde Staten. Waarom? Om deze vraag te beantwoorden nodigt Kappeyne van de Coppello de deelnemers uit om na te denken over de vraag 'do free trade agreements indeed promote free trade?'. De wereld is immers verdeeld in verscheidene handelsblokken die alleen elkaar gunstige handelsvoorwaarden hebben toegezegd, maar op mondiaal niveau is geen sprake van vrijhandel. Zij wees op de situatie van niet-aangesloten landen en op het feit dat de Nederlandse regering rekening wil houden met de belangen van de minst ontwikkelde landen.

Milestone or millstone?

Na haar speech verlaat Richard Griffiths de startblokken om de 'appetizers' van het symposium te serveren: "By 1999 more regional trade agreements [RTA's] were notified to the WTO than it had country members". Het leeuwendeel daarvan beslaat de ontwikkelde wereld, maar het is de vraag of we hiervan onder de indruk moeten zijn, aldus Griffiths. Hij is het oneens met de visie van de Wereldbank. Volgens deze belangrijke economische instelling worden de handelsverdragen gelegitimeerd door 'sound-bite economics', maar is de werkelijke drijvende kracht erachter politiek van aard. Om verder de voordelen van vrijhandel te oogsten is 'deepening' van integratie noodzakelijk, aldus de Wereldbank. Volgens Griffiths echter is 'trade deflection' - afbuiging van handelsroutes - de lijm die de RTA's bijeenhoudt en is verdere liberalisering binnen deze regionale handelsgebieden 'at the expense of third countries', dat wil zeggen de landen die buiten de afspraken vallen. Hij stelt daarom de aanwezigen de vraag: zijn RTA's een 'milestone' of juist een 'millstone' - een molensteen om de nek van de wereldeconomie? Onderzoek zal zich niet alleen moeten richten op het institutionele ontwerp van handelsverdragen en RTA's, maar ook op de factoren die het wereldhandelspatroon beïnvloeden.

Dorval Brunelle (Montreal), leider op zijn vakgebied, neemt hierna het woord om met licht Frans accent de gevolgen van NAFTA voor Canada te bespreken. Weinig diplomatiek deelt hij mee dat deze vrijhandelszone (FTA) in feite unilaterale 'adjustment to the USA' betekent voor Canada. Het institutionele ontwerp ontbeert 'accountability' en wordt bovendien door de VS beheerst. Brunelle raakt ook het thema 'smart borders': sinds elf september 2001 is de veiligheidsstrategie van de VS van invloed op het grensbeleid binnen NAFTA waardoor van integratie geen sprake kan zijn:"What integration? People need visa but for goods the border is open". De Mexicaan Juan Jose Ramirez Bonilla richt zich meer op analyse van handelsstromen. Vanwege concurrentie uit onder meer China, heeft Mexico volgens hem een NAFTA-plus nodig, dus "deeper integration to counter future competition of the Asian Pacific". Iets voor twaalven neemt dan Paulo Vizentini het woord, afkomstig uit Porto Alegre en eerder als gastprofessor verbonden aan de Universiteit Leiden. Zonder PowerPoint of overhead sheets te gebruiken zoals zijn voorgangers, spreekt hij over het Braziliaans economisch beleid en de politieke situatie. Hij eindigt zijn betoog met "integration should not be a virtual reality". Dan is het pauze; de wetenschappers laven zich aan Nederlandse koffie met een koekje.

Enigszins langzaam komt daarna de discussie op gang. Er worden balletjes opgegooid over welke vorm van integratie wenselijk is voor 'the Americas' door de Indiase Siddharthan en de Mexicaan Ramirez Bonilla. De Zuid-Afrikaan Lyal White wil weten hoe zinnig de "flexibility in partnerships" is ten aanzien van de G3, G4 en G20. Victor Sergeev, uit Moskou, vraagt of Mexico zich niet zou moeten bezighouden met zijn interne problemen, wat Ramirez Bonilla ogenblikkelijk beaamt. De Rus vraagt tevens aan Brunelle of Canada niet zelf iets aan de ondergeschikte rol binnen NAFTA kan veranderen. De Quebequois geeft antwoord met een hoog anekdotisch gehalte: "What are the alternatives? Canada is the only country in the world which has two capital cities. One is London and the other is Washington." Gelach is zijn deel. Dan maakt Kappeyne van de Coppello een politieke uitstap door Vizentini te vragen naar de Braziliaanse politicus Chavez. Ook deze neemt geen blad voor de mond: "Chavez is what they call a loose cannon. Nevertheless, he is the popular answer to a corrupt democracy and low welfare standards".

Op ontspannen en ondiplomatieke wijze bespreken de aanwezigen dus een breed scala aan onderwerpen. Zowel tijdens de lunch in de Faculty Club, als tijdens het vervolg van het symposium. 's Middags nemen Wendy Asbeek Brusse (WRR) en Erik-Jan Zürcher (Universiteit Leiden) het woord over oostwaartse uitbreiding van Europese integratie. Speciaal voor dit onderwerp kwam een tiental Turkse studenten (Master European Union ies) Studies) ft n een tiental Turkse studenten naar het symposium. die echter weer naar het symposium. Daarna geeft Victor Sergeev met gebroken stem en zwaar Russisch accent - alsof hij uit een slechte Koude Oorlogsfilm uit de jaren zeventig gelopen is - aandacht aan zowel de transitieproblemen van zijn land als de integratieprojecten van Rusland met de omringende landen. Als "market institutions" ontbreken zullen de voordelen van integratie laag zijn, benadrukt hij. Sergeev laat echter niet na om enkele voordelen te benoemen van een Common Economic Space tussen Rusland en de EU: van alle gebieden met grote oliereserves is Rusland de meest stabiele. Daarnaast is de voorraad 'human resources' en technologische kennis in zijn land 'huge', aldus Sergeev.

Smijten met statistieken

Na de pauze verschuift vervolgens de aandacht naar Zuidoost Azië (ASEAN), in relatie tot China en Japan. Drie presentaties met statistieken nemen de namiddag in beslag, hoewel het zwaartepunt van de discussie op het geo-politieke vlak ligt. Voor bijna alle sprekers blijkt het overigens lastig te zijn om de Engelse term 'South East Asia' correct en zonder te slissen uit te spreken. Opmerkelijk is ook de bewering van Kurt Radtke (Japan): "China basically ignores small countries". Iemand uit het publiek begint driftig te schrijven als Japanse investeringen in ASEAN aan bod komen. De discussie die daarna volgt over de Japanse en Chinese houding in de Aziatische markt, wordt gekenmerkt door academische grapjes en onderonsjes tussen de experts. Door de verscheidene regio's met elkaar te vergelijken komt de discussie echt 'los'. Iemand wordt verweten: "you are raising a great number of topics we could easily address in separate conferences, my friend". Een ander is van mening dat integratieprocessen en vrijhandelsverdragen niet lichtzinnig besproken kunnen worden, als waren het "highschool love affairs". Het smijten met statistieken blijft favoriet bij sommigen. Zestig procent van de directe buitenlandse investeringen in China is afkomstig uit de eigen etnische groep in den vreemde, vertelt Siddharthan (India). Het is volgens hem eenvoudiger om vanuit een ander land in China te investeren, dan vanuit een naburige Chinese provincie. Volgens Radtke is het echter onmogelijk om dergelijke investeringspatronen te signaleren. Hij meent ook dat het functioneren van een FTA tussen China en andere landen "virtually impossible" is in de nabije toekomst, vanwege de onregelmatigheden in het institutionele raamwerk en het ontbreken van eigendomsrechten. Er is geen garantie dat China zich aan de regels houdt, sluit hij af. Na een korte onderbreking van het samenzijn worden de wetenschappers om zeven uur weer vergast op een heerlijk diner, ditmaal in restaurant La Cloche.

"Truly global experience"

Ook de tweede congresdag blijkt zeer vruchtbaar in termen van kennisoverdracht. MERCOSUR en andere handelsverdragen in het zuidelijk halfrond krijgen aandacht, waarna een algemene conclusie uit de bus komt rollen: de Wereldbank heeft inderdaad niet gelijk. Sommige deelnemers belanden na deze afsluiting op de lokale Leidse markt om producten als kaas en nootjes te kopen. Anderen blijven in Cheers hangen. Alle deelnemers vinden elkaar echter weer terug tijdens het afsluitende etentje in het Prentenkabinet, waar door vier deelnemers een kleine speech gehouden wordt. Het is een "truly global experience" geweest, aldus Stephanie Lawson. Tijdens de borrel in de tuin van het restaurant wisselen velen hun contactgegevens nogmaals uit en afspraken om elkaar in de toekomst op andere conferenties te treffen staan inmiddels vast. De bijdragen van de deelnemers zullen verschijnen in een te publiceren Engelstalige bundel (informatie bij Marianne Wiesebron of Richard Griffiths).

De 'markt' voor wetenschappelijke presentaties is in principe vrij van handelbelemmeringen. Onderzoekers hoeven geen tarief te betalen en er is in principe geen quotum wetenschappers dat toegelaten wordt per conferentie. Maar zonder de financiële steun van diverse instituten en fondsen zou het vrije verkeer van wetenschappers niet optimaal zijn. De organisatie bedankt daarom het IIAS, PALLAS en het CNWS.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina