Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/05 > Personalia

Personalia

Peter Meel

Directeur Onderzoeksinstituut Geschiedenis

Waarom ik naar Leiden ben gekomen? Omdat ik een functie kreeg aangeboden, die paste bij mijn interesses en ambities. En omdat ik het gevoel heb op een ideaal moment hier binnen te stappen. Het onderzoeksinstituut geschiedenis is pas kortgeleden opgericht. Formeel is het op 1 september van start gegaan, maar feitelijk moet er nog van alles worden ingevuld. Ik vind het een uitdaging om mee te helpen die invulling beleidsmatig en inhoudelijk vorm te geven en om mijn steentje bij te dragen aan het op de kaart zetten van het instituut. Het is pionierswerk in de beste zin van het woord. Voor mij gaat daar een grote aantrekkingskracht en stimulans van uit.

Met de medewerkers van het instituut gaan we er iets moois van maken. Daar ben ik van overtuigd. Er is hier veel kwaliteit voorhanden. De mensen presteren op een hoog niveau, of ze nu in het onderzoek, het onderwijs of in de ondersteunende sfeer hun bijdrage leveren. Er wordt hard en met veel elan gewerkt en er is een aantoonbare bereidheid met z'n allen iets op te bouwen. Dit houdt mede verband met de nieuwe medewerkers die de afgelopen tijd het instituut zijn komen versterken. Die kwaliteitsimpuls zal in de nabije toekomst zeker zijn vruchten afwerpen. Niet onbelangrijk is dat deze medewerkers grotendeels van buiten Leiden komen. Zij kijken met een frisse blik tegen zaken aan en brengen kennis en ervaring mee die complementair is aan de expertise die hier reeds aanwezig is. Ik zie daarin veel voordelen. Het is mijn ervaring dat uit de ontmoeting met het nieuwe en onbekende vaak de mooiste dingen voortkomen.

Voordat ik naar Leiden kwam, was ik in dienst van NWO. Bijna vijftien jaar heb ik in verschillende functies voor deze onderzoeksorganisatie gewerkt. Ik ben er begonnen als secretaris van de Stichting voor Historisch Onderzoek (SHO), vervolgens was ik secretaris van de Stichting voor Taal, Spraak en Logica (TSL) en vanaf 1998 heb ik mij in brede zin met de geesteswetenschappen beziggehouden, vanaf 2002 als plaatsvervangend directeur. De Leidse historici (maar ook die van andere universiteiten) heb ik in die periode leren kennen als initiatiefrijke onderzoekers. Met veel succes wisten zij fondsen bij NWO te werven, onder andere in de Vernieuwingsimpuls en in de ronde voor kleine programma's. Een mooi voorbeeld van een grootschalige Leidse onderneming is het programma Towards A New Age of Partnership (TANAP). Dit programma is nog niet voltooid, maar nu al kan geconcludeerd worden dat het een cruciale bijdrage heeft geleverd aan het onderzoek naar de vroegmoderne geschiedenis van Zuidoost Azië en Zuid-Afrika. Er zijn inmiddels vergevorderde plannen voor een vervolgprogramma, getiteld Encountering A Common Past in Asia (ENCOMPASS). Ook daarvan zijn de verwachtingen hooggespannen. Ik hoop dat ik eraan kan bijdragen dat in de komende jaren ook historici die op andere thema's werken, de handen ineenslaan om projecten en programma's te formuleren waarvoor bij de faculteit, maar ook elders middelen kunnen worden geworven. Gelet op de potentie van de verschillende secties moet het mogelijk zijn om het onderzoeksvolume van het instituut substantieel te vergroten.

Ik zou bijna vergeten dat ik zelf ook historicus ben. Al beschikte ik niet over onderzoekstijd, in mijn NWO-jaren ben ik er altijd onderzoek bij blijven doen. Mijn belangstelling richt zich op het Caraïbisch gebied, in het bijzonder op de politieke en culturele geschiedenis van Suriname. Momenteel werk ik aan een biografie van Henck Arron. Een vooraanstaand politicus, onder wiens verantwoordelijkheid Suriname in 1975 onafhankelijk werd, maar wiens tegenstanders hem altijd hebben verweten de verloedering van Suriname in gang te hebben gezet. Ik heb het geluk gehad dat ik Arron vlak voor zijn overlijden uitvoerig over zijn politieke loopbaan kon interviewen. Die gesprekken hebben veel nieuwe gegevens boven tafel gebracht. Dit geldt ook voor de tientallen interviews die ik collega-politici heb afgenomen en het archiefonderzoek dat ik in Suriname en in Nederland heb verricht. Het gaat mij erom een evenwichtig portret van Arron te schetsen, waarin aandacht is voor de controverses die de man omgeven, maar waarin ik vooral recht doe aan de politicus die hij was en de tijd waarin hij leefde. Op het onderzoeksinstituut heerst de juiste ambiance om dit project te voltooien. Ik prijs mij ook gelukkig dat het KITLV op een steenworp afstand van het instituut te vinden is. Ik onderhoud goede contacten met de Caribisten die er werken. Bovendien bevat de bibliotheek van het KITLV de beste collectie boeken en tijdschriften op Caraïbisch gebied ter wereld. Wat wil een onderzoeker nog meer?

www.geschiedenis.leidenuniv.nl/index.php3?m=20&c=751

                                    
 
   
vorige pagina top pagina