Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/05 > Interviews

Interview met Charles Jeurgens, nieuwe hoogleraar Archivistiek: "Ik ben een echte 19e-eeuwer"

Het was vrijdagmiddag 20 mei, 16.15 uur. Onder begeleiding van prachtige orgelklanken kwamen de hoogleraren, gehuld in hun zwarte toga's, het stampvolle Groot Auditorium van het Academiegebouw binnen. Niet veel later beklom de nieuwe Leidse hoogleraar Archivistiek, Charles Jeurgens, het spreekgestoelte voor zijn oratie. "Iedereen heeft weet van de problemen tussen man en vrouw," zo begon hij, "een vergelijkbaar conflict bestaat tussen de archivaris en de historicus." Forum reisde af naar Dordrecht, waar hij het gemeentearchief beheert. "Ik wil bruggen bouwen."

door Bart de Haas

U bent nu de nieuwe hoogleraar Archivistiek, maar wat is eigenlijk een archief? Als ik een paar blaadjes beschreven papier verzamel, kun je dan al van een archief spreken?
"Iedereen heeft wel een persoonlijk archief, zeg maar de papieren neerslag van z'n handelen, zoals papieren voor de belasting of een bewijs van inschrijving aan de universiteit of de liefdesbrieven die iemand ontving. De vorming van een archief is wat anders dan bijvoorbeeld het aanleggen van een postzegelverzameling. Dan ben je namelijk heel bewust bezig met het verzamelen van documenten die aan jouw verzamelcriterium voldoen. Bij een archief bestaat er echter een relatie met de taken die je uitvoert; dit is dan ook het belangrijkste onderscheid tussen een archief en documentatie. De moderne definitie van archief is dan ook 'procesgebonden informatie'."Herstellen, inbinden van archiefmateriaal in het Stadsarchief Dordrecht

Hoe bent u bij de archieven terechtgekomen? Sinds wanneer wist u dat hier uw hart lag?
"Al heel jong had ik er behoefte aan om te weten hoe de dingen vroeger tot stand waren gekomen, maar mijn fascinatie voor het archief begon, met de vuile bodem in Leiden. Ik deed daar onderzoek naar de mogelijkheid om via archiefonderzoek bodemverontreiniging die in het verleden veroorzaakt was, op te sporen. Ik was gefascineerd door het werken met originele documenten. In het rijksarchief in Den Bosch, inventariseerde ik het familie- en bedrijfsarchief van de familie Van Lanschot, en van Schiedam tot de Haarlemmermeer"

Wat is 'vroeger' dan voor u?
"Ik was een echte 19e-eeuwer en dat ben ik nog steeds. Die eeuw stond misschien lange tijd als  tamelijk saai te boek, maar zij vormt een spannend scharnierpunt tussen het verdere verleden en onze eigen tijd. Toen ik met mijn proefschrift bezig was kwam ik vrijwel dagelijks in het archief en in die tijd raakte ik gefascineerd door de àndere kant van de archieven. Ik werd niet alleen geboeid door de inhoud van de documenten, maar vooral ook door hoe ze ontstaan zijn. Hoe zijn ze gevormd?

Het doen van archiefonderzoek is spannend. Je komt soms heel onverwachte dingen tegen, maar het kan ook spannend zijn te ontdekken dat de beeldvorming rondom een onderwerp soms wel een heel eigen leven is gaan leiden waarvoor de basis in de archieven ontbreekt. Zo heb ik bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de planvorming over het negentiende-eeuwse megaproject van de drooglegging van de Haarlemmermeer. Volgens het bestaande beeld zou de overheid bij de planvorming puur ad hoc bezig zijn geweest en slechts reageerde zij op de toegenomen dreiging van het meerwater. Het onschadelijk maken van die waterwolf zou het enige doel zijn geweest. Het beeld dat vervolgens opgeroepen werd, was dat die overheid geen enkele belangstelling had voor het feit dat die polder ook bewoond zou gaan worden.

Maar de overheid had ook aandacht voor bijvoorbeeld de indeling van de polder: alle huizen moesten binnen loopafstand van de dorpskernen worden gebouwd voor school, werk, winkels enzovoorts. Goed archiefonderzoek kan leiden tot een veel genuanceerder beeld. Een archief vormt de neerslag van het handelen van een organisatie en heeft tevens een geheugenfunctie voor de organisatie die het archief gevormd heeft. Archieven kunnen waardevolle historische bronnen zijn, als je er tenminste op de goede manier naar weet te kijken."

En die manier gaat u onderwijzen?
"Dat is wel mijn bedoeling, ja. Ik ga studenten in de eerste plaats colleges geven over de techniek van het archiefonderzoek, met daarbij ook een deel praktijk. Hiervoor is kennis van de verschillende registratuurstelsels noodzakelijk, opdat de student niet verdwaalt in de verschillende archiveringssystemen. Daarnaast wil ook aandacht geven aan de vraag: wat zie ik eigenlijk als ik via de archieven naar het verleden kijk. En eigenlijk zijn archieven, zoals ik ook in mijn oratie heb gezegd, vergelijkbaar met ramen.

Oppervlakkig beschouwd zijn documenten vooral van belang vanwege de informatie die erin vastgelegd is. Maar archieven openen niet de deur naar het verleden; ze openen slechts een kiertje naar het verleden. In archieven wordt slechts een deel van de werkelijkheid vastgelegd en archieven worden ook nog eens geschoond. Soms gaan archieven zelfs volledig verloren. Dit alles maakt dat we slechts een zeer onvolledig beeld van die werkelijkheid via de archieven weerspiegeld zien. Maar de beperkingen zijn nog groter. Als je als onderzoeker via de archieven naar het verleden kijkt, kijk je als het ware door  een raam. Een raam geeft je niet alleen de mogelijkheid om te zien wat er aan de andere kant te zien is, maar reflecteert ook het beeld van deze kant van het raam. Dat gebeurt ook bij archiefonderzoek. Als onderzoeker krijg je onherroepelijk met dat mechanisme te maken en je moet je daar dan ook goed van bewust zijn."

Dus niet zozeer de vraag wàt er in een archief zit, maar eerder ook wat er nièt in zit en er misschien wel in zou moeten zitten?
"Precies. In Zuid-Afrika is de waarheidscommissie op zoek gegaan naar documenten en getuigenissen om daarmee de grove schendingen van de mensenrechten tijdens het apartheidsregime vast te leggen. Alleen de excessen komen in het archief van deze commissie en zo wordt de archiefvorming door de opdracht sterk gestuurd. Je kunt als onderzoeker echter niet op een verantwoorde wijze van dit archief gebruik maken, zonder dat je weet wat precies de opdracht van die commissie was, welk doel hierachter zat. Een tweede voorbeeld is Nederlands Indië. De meeste archieven zijn vanuit een Nederlands overheidsbelang ingericht. Deze bronnen zijn pas op een verantwoorde wijze te gebruiken als je de machtsfactoren die een belangrijke rol speelden bij de wijze van vastleggen van informatie, hebt blootgelegd."

Wat is uw ambitie hier in Leiden?
"Ik kom hier met drie doelen naar toe. Ten eerste wil ik historici [Archivistiek is in Leiden een onderdeel van de opleiding geschiedenis, BdH]  het juiste gereedschap geven om op een effectieve  manier archiefonderzoek te kunnen doen. Daarnaast wil ik archiefvorming tot object van onderzoek maken, door steeds te vragen op welke wijze ze tot stand gekomen zijn, dus de wijze van vastleggen, categoriseren, rubriceren tot onderzoeksobject te maken. Met andere woorden: welke filters zijn geplaatst tussen het gebeurde feit en de waarneming die wij nog steeds kunnen doen via de bewaard gebleven documenten. En ten derde wil ik archivarissen opleiden die vanuit de archivistiek een brug kunnen slaan naar de onderzoeker toe. Bruggen slaan, dat wil ik. Archivarissen en historici zijn nogal sterk uit elkaar gegroeid in de afgelopen jaren."

Had u het in uw oratie niet over de relatie tussen man en vrouw?
"Ja, of de relatie tussen componist en musicus, daar is het goed mee te vergelijken. Aan de ene kant is er een voortdurende spanning tussen beide groepen, maar tegelijkertijd kunnen ze niet zonder elkaar, hebben ze elkaar nodig. Dat laatste lijken sommige archivarissen wel eens te zijn vergeten.

Het grootste struikelblok bij het verrichten van archiefonderzoek is dat archieven niet ingericht zijn met het doel historisch onderzoek te verrichten. De informatie in de archieven is gerelateerd aan de werkprocessen van de archiefvormende instelling. De belangrijkste kwaliteit van een goede archivaris is dat hij de vertaalslag van de onderwerpsgerichte benadering van de onderzoeker naar de archieven kan maken.

Mijn mooiste project is een onderzoek dat ik samen met Paul Klep (hoogleraar sociale en economische geschiedenis KU Nijmegen) heb verricht naar de archiefvorming in de Bataafs-Franse tijd. In die tijd ontstond de nationale eenheidsstaat. Ik heb een diepgravend onderzoek gedaan naar de wijze waarop de overheid probeerde grip te krijgen en sturing probeerde te geven aan de nieuwe samenleving. Zoals vaker gebeurt in dergelijke situaties, probeert men in sneltreinvaart de informatie in te winnen die men nodig denkt te hebben en op grond waarvan beleid kan worden gemaakt."

Dènkt nodig te hebben.
"Ja, dat blijkt natuurlijk pas achteraf. De nieuwe rijksoverheid deed dit door honderden enquêtes naar gemeentes en instellingen (als weeshuizen en scholen) te sturen met als doel inzicht te krijgen in hoe zaken als de hoogte van het salaris en het aantal werknemers op dat moment in de verschillende landsdelen was geregeld om met dergelijke gegevens  vervolgens nieuw beleid te maken. De overheid verzamelde deze informatie steeds vaker met behulp van van te voren vastgestelde tabellen die door de betrokkenen  ingevuld moesten worden. Volgens een vast format dus. Het van tevoren bepaalde format vormde de bril waarmee men naar de werkelijkheid keek. De werkelijkheid werd zo gekneed dat die in het format paste. We zien echter ook dat veel enquêtes verzandden. Bijvoorbeeld omdat ze niet werden door- of teruggestuurd, of doordat men simpelweg de oogstgegevens van het vorige jaar opnieuw invulde."

Werd dit ontdekt? En zo ja, wat deed de overheid dan?
"Soms wel, maar vaak ook niet, dan ontdekken moderne onderzoekers pas hoe volledig of onvolledig de gegevens werden teruggestuurd. Maar het lag er natuurlijk ook  aan hoe belangrijk een bepaalde zaak gevonden werd. Zo vond de Franse overheid het  belangrijk om over gegevens te beschikken die cruciaal waren voor het op sterkte kunnen houden van de militaire slagkracht. Naarmate het belang van bepaalde gegevens groter werd gevonden, werd ook meer druk uitgeoefend om deze gegevens af te dwingen. Interessant is ook te bedenken dat men toen nog niet zoveel ambtenaren had als tegenwoordig. Er waren er op een ministerie slechts enkele tientallen."

U gaat vier dagen in Dordrecht werken en een dag in Leiden. Kunt u tot slot vertellen waarom het archief Dordrecht zo interessant is?
"Dordrecht is de oudste stad van Holland. De stad heeft een belangrijk verleden en een even belangrijk archief, dat grotendeels goed bewaard is gebleven. Hiervoor werkte ik overigens in Schiedam, wat ook een zeer interessante stad is. Ik vind het vooral fascinerend om te zien hoe besluitvorming op gewestelijk, en later op nationaal niveau doorwerkt  op lokaal niveau en omgekeerd. Als archivaris interesseren me vooral de administratieve processen en archiveringssystemen die ontwikkeld zijn om een meestal van te voren gedefinieerd deel van de werkelijkheid in vast te leggen. Het aardige van deze combinatie van functies is dat ik voorbeelden uit de Dordtse praktijk weer kan gebruiken in de colleges."

 
(links) Hoogtepunt van het Dordts archief: het Groot Privilege uit 1477, charter van Maria van Bourgondië.

Zie ook de interactieve tentoonstelling op www.archiefschattendordrecht.nl.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina