Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 4/05 > Interviews

Enrico Odelli beste letterendocent van het jaar

"Wie kiest voor Italiaans als hoofdstudie,wordt de ambassadeur van het Italiaans."

Tijdens de Academische Ceremonie van dinsdag 7 juni werden in het kader van het 86e Lustrum niet alleen diverse eredoctoraten uitgereikt, maar ook de LSR-Onderwijsprijs. Winnaar hiervan werd Rico Sneller van de faculteit der Godgeleerdheid. De faculteit der Letteren werd vertegenwoordigd door Enrico Odelli, docent Italiaanse Taalvaardigheid, genomineerd door het Sodalicium Literis Sacrum en vervolgens uit vele andere genomineerde Letterendocenten gekozen. Forum sprak met deze 'beste Letterendocent van het jaar' en ontdekte dat hij nogal verschilde van Rico Sneller. "De student van nu is ook een werkende student."

door: Bart de Haas

In een interview in de Mare van 16 juni zegt Sneller dat hij "het niet zo heeft op groepen en het collectief". Bent u ook een einzelgänger?

"Absoluut niet! Ik ben een sociaal dier. Je behoort bij een organisatie, die meestal goed is, maar als je naar het excellente toe wilt, dan is het noodzakelijk dat je een goed team bent samen met je collega's. Een goed klimaat doet namelijk ook het individu groeien. Ja, ik geloof in samenwerking en ik denk dat ik de nominatie ook te danken heb aan het feit dat ik iemand ben die deel uitmaakt van een team, niet als een individu."

Dus eigenlijk zou uw penning [ook de genomineerden ontvingen tijdens de zitting een speciaal voor het lustrum geslagen penning] in de hal van uw opleiding moeten komen te hangen?

"Eigenlijk wel ja. Maar ik werk niet alleen in het taalvaardigheidsteam. Wat ik bedoel met samenwerking, is ook samenwerking buiten de opleiding. Zo heb ik het computerprogramma 'Compito' gemaakt, een cd-rom waarmee studenten de Italiaanse grammatica kunnen oefenen, maar dit project was nooit ontstaan zonder samenwerking van buitenaf. En daarnaast ben ik momenteel betrokken bij een team dat moet zorgen voor de introductie van het Common European Framework."

Maar uiteindelijk heeft van het team juist u die nominatie gekregen. Waarom denkt u dat dit gebeurd is?

"Om eerlijk te zijn kwam het als een verrassing. Achteraf denk ik dat ik de nominatie heb verdiend met mijn betrokkenheid bij het onderwijs. Maar nogmaals de ontwikkeling die het taalvaardigheidteam heeft meegemaakt, is doorslaggevend in mijn persoonlijke ontwikkeling als docent. Want je ontdekt dat de taalvaardigheid ook benaderd kan worden met niet- traditionele werkvormen. Zo hebben we in het tweede jaar projectonderwijs, een vorm van samenwerkend leren, waarbij de studenten diverse academische competenties en aspecten van de taal leren in diverse deelprojecten. Elk jaar kiezen we één hoofdthema en vaak op voorstel van de studenten verschillende deelprojecten die daarmee verwant zijn. Bij de ene fase van het onderwijs of van de grammatica past het ene thema natuurlijk beter dan het andere."

Wat voor soort thema's zijn dat dan?

"Vorig jaar hadden we als thema immigratie en dit jaar kozen we voor eetcultuur. Voor het volgende jaar hebben we opnieuw verschillende ideeën, maar ik verklap nog niet welk thema het gaat worden. In elk geval moeten studenten naast het uitdiepen van bepaalde aspecten van de taal ook academische vaardigheden ontwikkelen, dus papers schrijven, presentaties geven en een eigen site maken. Deze manier van onderwijs vereist een nieuwe visie op het docentschap. Je wordt zo meer tutor, begeleider."

Rico Sneller noemde zichzelf "een man van het bord en het krijt". U bent dus wèl een fan van het computeronderwijs?

"Ja, computeronderwijs is doorslaggevend. Sterker nog, voor taalvaardigheid is de computer niet meer weg te denken! Door een groter en flexibeler aanbod ontstaat er een nieuwe dimensie. De student van nu is ook een werkende student. Je moet het onderwijs dus niet alleen laten afhangen van het contactonderwijs. Een student moet de gelegenheid hebben om ook om 3.00 uur 's nachts te kunnen studeren, als hij of zij dat wil, of juist heel vroeg in de ochtend. Elke student is anders. En het contactonderwijs gebruik ik dan vooral voor zaken waar de computer geen gerichte feedback kan geven, of bij de spreekvaardigheid bijvoorbeeld. Reflectie is zeer belangrijk. Docenten hebben immers een vormende taak."

Hoe ziet u deze vormende taak?

"Deze vormende taak is zeer divers. Zo vind ik dat elke student recht heeft op een individueel gesprek, omdat je de student hiermee werkelijk aan het denken zet. Ik ben dan ook een groot voorstander van het introduceren van een portfolio, waarmee je de student bewust maakt van zijn traject. Als je de mondelinge toetsen opneemt, kun je hun de vorderingen in hun performance laten zien."

En wat betreft de maatschappij?

"Ook dat is een essentieel punt. Naast het creëren van een academisch denkvermogen, wil ik ze natuurlijk laten nadenken over de huidige maatschappij. Vroeger was Maastricht een stadje zonder betekenis, maar na 1992, toen het verdrag van Maastricht werd getekend, heeft de arbeidsmarkt een andere dimensie gekregen. Maar mobiliteit binnen Europa stelt ook andere eisen aan de interculturele communicatie. Veel studenten zien een tweede Europese taal naast het Engels dan ook als een zeer goede investering voor een carrière."

Om in het buitenland te gaan werken of te studeren?

"Precies! Zojuist had ik hier nog twee studenten bij me die van plan zijn om volgend jaar in Italië te gaan studeren. Wie kiest voor het Italiaans als hoofdstudie, wordt de ambassadeur van het Italiaans. Iets anders waar ik de studenten dan ook over wil laten nadenken, is de vraag wat de verschillen zijn tussen de Nederlandse en de Italiaanse maatschappij, of de vooroordelen kloppen of juist niet. Zo kijken beide culturen heel anders tegen iets als hiërarchie aan. Anders dan in Nederland wonen veel Italiaanse mannen nog heel lang bij hun ouders in huis en ze zouden bovendien sterk verbonden zijn met hun moeder."

Hoe gebruikt u dit dan in de les?

"In een college liet ik eens een film zien waarin een man van over de 40 op zeer emotionele wijze afscheid nam van zijn ouderlijk huis en in het bijzonder van zijn moeder. Ook hij was duidelijk besmet met het mammismo. Vervolgens liet ik het geluid weg en mochten de studenten zelf de dialoog van deze typische situatie invullen. Cultuur is één van de vier essentiële punten van een goede taalvaardigheidsdocent. Er volgt immers altijd de onvermijdelijke vraag wat gezelligheid in het Italiaans is."

Wat zijn deze vier punten dan?

"Dat zijn taalcommunicatie/taalwetenschap, onderwijskunde, psychologie en als vierde dus cultuur. Al deze aandachtsgebieden zijn even belangrijk. Als de docent probleemoplossend te werk gaat, moet hij een beroep doen op deze vier terreinen. Een docent moet ook betrokken zijn en iets hebben met het vak. Wat dat betreft heb ik als Italiaan natuurlijk al een voordeel. Maar ook als student moet je verliefd zijn op het vak om goed te presteren. Dat kan door een verliefdheid op de Italiaanse poëzie, de opera, beeldende kunst of desnoods de gastronomie. Als docent heb je de taak om deze verliefdheid goed in te zetten om het gemeenschappelijke doel te bereiken. Het is goed om je studenten direct al mee te laten denken."

Dus niet, zoals Sneller zegt, "eerst een stevige hoeveelheid informatie" en hierna pas een mening? Is er in uw lessen wel plaats voor democratie? En in hoeverre moeten uw lessen 'leuk' zijn?

"Vanaf het eerste moment moet je de studenten ruimte geven en hen erbij betrekken. Dus niet 'ik geef je regels en jij past die regels toe'. Studenten zijn slim genoeg om zelf mee te denken en hun eigen kennis en creativiteit in te zetten. Ze leren veel beter op hun eigen manier. Ik wil niet spreken van een 'gezellige chaos' in mijn les, maar het mag zeker geen eenrichtingsverkeer zijn. Soms is discussie, is betrokkenheid juist vereist."

Hoe ziet u zichzelf hierin?

"Ik zie het als mijn taak om te zorgen voor een goed klimaat, een ontspannen sfeer die door de studenten misschien als 'leuk' ervaren wordt, want daarin presteer je het beste. Zelf heb ik vorig jaar in Bologna aan een presentatie met Italiaanse taalvaardigheidsdocenten gewerkt. We waren al om 8.30 uur 's ochtends begonnen. In een slecht klimaat zou men zeggen 'ik heb al tien uur geïnvesteerd, dus laat maar zitten' en al vroeg naar huis gaan, maar wij waren om 1.30 uur 's nachts nog bezig!"

En de volgende ochtend.?

"Die volgende ochtend waren we misschien wat moe, maar we hadden er veel tijd in gestoken en de presentatie ging dan ook erg goed. Dit was uiteraard nooit gelukt zonder gepassioneerd te zijn. Zelf vind ik het heel leuk om met het Italiaans bezig te zijn. En deze penning stimuleert mij dan ook zeer om op deze wijze door te gaan en te blijven zoeken naar nieuwe uitdagingen."

                                    
 
   
vorige pagina top pagina