homepage Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Werkplan
Inleiding werkplan
Een werkplan is een bruikbaar hulpmiddel om met plezier en succes studietaken aan te pakken. Studenten geloven vaak niet in het nut van een werkplan omdat het vroeger niet heeft geholpen. Maar als een werkplan niet heeft geholpen dan was er hoogst waarschijnlijk een slecht werkplan opgesteld. Hierna zal worden uitgelegd hoe een goed werkplan voor studieactiviteiten is op te stellen. Eerst volgen twee adviezen vooraf.

Advies # 1

Schrijf het werkplan op. Een werkplan dat alleen (vaag) in je hoofd bestaat zal waarschijnlijk niet genoeg steun geven. Een geschreven werkplan dat de aandacht trekt (in je agenda of opgeprikt in je kamer) helpt je de baas te blijven in je eigen (studie)leven.

Advies # 2

Een werkplan is meer dan een tijdschema! Als je alleen een tijdschema voor studieactiviteiten maakt, dan vergeet je rekening te houden met belangrijke punten die ongetwijfeld je aandacht zullen opeisen. Bedenk welke studie- en andere activiteiten je de komende tijd op het programma hebt staan. Goed time management, dat wil zeggen een goede verdeling tussen studietijd en vrije tijd is dan mogelijk. Time management is een voorwaarde voor een plezierige en productieve tijd.

Opstellen van een werkplan
Een goed werkplan is op te stellen aan de hand van vier vragen:

Vraag 1. Wat ga ik doen?

Vraag 2. Wanneer ga ik het doen?

Vraag 3. Hoe doe ik het?

Vraag 4. Wat doe ik als het niet lukt?

Vraag 1. Wat ga ik doen?
Bij het opstellen van een werkplan zal je eerst twee samenhangende vragen moeten beantwoorden, namelijk: wat ga ik precies doen en zijn deze taken haalbaar in de beschikbare tijd.
Vraag 1.1. Wat ga ik precies doen?
Door eerst een overzicht te maken van de verschillende studietaken kan je bepalen wat je precies gaat doen. Meestal staan er een aantal activiteiten op het programma als bijvoorbeeld college volgen, werkgroepen voorbereiden, zelfstudie, enz. Het gaat er nu om deze activi- teiten en de eisen die gesteld worden precies in kaart te brengen. Maak hier een schriftelijk lijstje van.

Bij oriëntatie op een tentamen gaat het om vragen als: welke boeken, dictaten, enz. moet je bestuderen, welke onderwerpen zijn belangrijk, zijn er oude tentamens, hoeveel tijd staat er voor het tentamen aangegeven? Mocht je dat niet weten, raadpleeg dan een studiegids, de studieadviseur of medestuden- ten.

Bij het houden van een referaat zal je er achter moeten zien te komen wat de eisen zijn. Hoe lang moet het referaat zijn, welke literatuur moet je er in verwerken, enz. Informeer zonodig. Daarbij zal je jezelf moeten afvragen: hoe goed ben ik in mondelinge presentatie? Is het bijvoorbeeld nodig om het spreken in een groep extra te oefenen of ben je een ervaren spreker en lukt dit meestal wel?

Bij het schrijven van een werkstuk / scriptie / verslag is het eveneens nodig de eisen te kennen. Hoe groot moet het werkstuk / scriptie zijn, welke literatuur moet je er in verwerken, moet het geschreven worden in een bepaalde vorm (bv. inleiding, vraagstelling, beantwoording hiervan en conclusie), enz. Vraag dit zonodig na. Het verslag van een proef is weer anders opgezet. Meestal gaat het om de beschrijving van de proef, eventueel een meetrapport, een beschrijving van de resultaten, een conclusie en een afrondende discussie.

Naast kennis van de eisen die gesteld worden aan het 'schrijfproduct' is ook kennis van een productieve manier van schrijven nodig. Schrijven is een proces dat in fasen verloopt. Dit schrijfproces verloopt van een algemene oriëntatie op het onderwerp tot de afwerking van het product. Wat je de komende tijd gaat doen hangt af van de fase van het schrijfproces waarin je verkeert. Een veel voorkomende fout is bijvoorbeeld dat studenten te snel met het definitieve schrijven willen beginnen, terwijl de activiteiten van de fasen daarvoor (nadenken, een opzet maken, aantekeningen maken, een kladversie schrijven, enz.) nog niet zijn afgehandeld.

Vraag 1.2 Is deze taak te doen in de beschikbare tijd?
Als je weet wat je wilt gaan doen dan zal je daarna moeten beoordelen of de voorgenomen taken haalbaar zijn binnen de beschikbare tijd. Dat is meestal niet eenvoudig, want het gaat vaak om een afweging van wat je graag zou willen en wat je feitelijk aankunt. Maar er zijn vele bronnen van informatie die hierbij bruikbaar zijn, namelijk vroegere ervaringen van jezelf met studietaken, ervaringen van medestudenten, informatie in studiegidsen, gesprekken met studieadviseurs en docenten.

Laat je bij het afwegen van de eisen van de taken en de hoeveelheid beschikbare tijd leiden door een realistisch oordeel. Een grenzeloos optimistische kijk op je mogelijkheden geeft slechts kortstondig een plezierig gevoel. Te veel willen doen in te korte tijd is een veel gemaakte fout. Stel zonodig kritische vragen in de trant van: Kon ik vorige keer ook zoveel doen in zo weinig tijd? Overschat de studiegids altijd de zwaarte van het studieonderdeel? Besteden medestudenten ook zo weinig tijd aan dit studieonderdeel en zo ja, halen ze het ook?

Maar aan de andere kant is een uiterst pessimistische kijk op jezelf ('dat lukt toch niet', 'ik ben nu eenmaal een ...') ook niet erg realistisch. Pessimisme zal niet uit de lucht zijn komen vallen en gebaseerd zijn op tegenvallende resultaten en teleurstelling. Maar verandering is mogelijk en met een goed werkplan verhoog je de kans op succes.

Vraag 2. Wanneer ga ik het doen?
Tijdsplanning is van groot belang, maar een werkplan is niet alleen maar een tijdschema. Het is een algemeen plan hoe je de komende periode productief gaat aanpakken en een goede indeling van studietijd en vrije tijd (time management) is hier een belangrijk onderdeel van. Als je de tijd goed verdeelt dan kan het een drukke maar interessante periode worden, waarbij je tijd voor studie en tijd voor andere belangrijke zaken hebt gereserveerd. Met goed time management voorkom je dat studie en vrije tijd door elkaar gaan lopen, waardoor je tijdens de studie aan de vrije tijd denkt (met tegenzin in de studie) en je aan de studie denkt in de vrije tijd (met een schuldgevoel).

Sommige studenten weten eigenlijk niet goed hoe ze hun tijd doorbrengen. Door dit een week lang te noteren (schriftelijk!) krijg je een goed inzicht in je tijdsgebruik. Dit noteren kan zeer verhelderend, maar kan soms ook verontrustend zijn. Als je een week lang precies de tijd noteert die je neemt voor verschillende activiteiten: opstaan, studieactiviteiten (college volgen, zelfstudie, pauzes), hobby's (sport, lezen), sociale activiteiten, enz., dan kan dat wel eens verrassende ontdekkingen opleveren.

Je gaat dan zien dat je bijvoorbeeld te weinig uren aan de studie besteedt, dat er veel verloren uurtjes zijn en dat je relatief veel tijd neemt voor vrijetijds activiteiten. Het zou ook kunnen dat je merkt dat je wel erg veel tijd aan een bepaald studieonderdeel besteedt en dat eens wat anders gaan doen (bijvoorbeeld 'iets leuks') heel verstandig is. Als je dit precies wilt uitzoeken, raadpleeg dan het informatieblad 'Tijdsplanning' van de Studentenpsychologen.

In een compleet werkplan moet worden opgenomen:

- Een planning van studie- en andere activiteiten op lange termijn; dat houdt een overzicht in van maanden. Dit geeft richting aan je activiteiten.

- Een planning van studie- en andere activiteiten op korte termijn; dat houdt een concrete invulling in van weken met activiteiten.

- Een indeling van tijd voor de komende dagen van studie- en van andere activiteiten, dat wil zeggen time management. Dat houdt onvermijdelijk een verdeling in van tijd voor verschillende studieactiviteiten en van tijd voor sociale contacten, hobbies, gezelligheid, boodschappen doen, eten, slapen, enz. Plan altijd enige reservetijd om onverwachte gebeurtenissen te kunnen opvangen.

Vraag 3. Hoe doe ik het?
Voor alle studieactiviteiten is een goede werkplek noodzakelijk. Probeer uit waar (bibliotheek, eigen kamer, enz.) je het meest productief bent. Samen werken kan tot een zeer productieve manier van studeren leiden. Het bevordert dat je actief met de stof bezig bent. Daarbij kan je met iemand op een bepaalde tijd afspreken waardoor je gemakkelijker aan de slag gaat. Maar als je elkaar alleen maar van het werk afhoudt, dan is dit uiteraard niet zo handig.

Geregeld werken is over het algemeen het meest productief. Vraag je niet iedere dag af of je het wel leuk vindt, maar ga met een zeker automatisme 'gewoon' aan de slag. Pauzeer na hooguit een uur om even uit te rusten en ga dan maar weer verder volgens je werkplan (waar bijvoorbeeld ook in is opgenomen dat je die avond iets plezierigs gaat doen).

Bij de aanpak van tentamens is onderscheid te maken tussen

Studievaardigheden
Zo goed mogelijk voorbereiden van tentamens door een goede manier van studeren, dat wil zeggen actief en strategisch studeren. Dat houdt in dat je op een actieve wijze (met vragen stellen, onderstrepen, korte uittreksels, bespreken met medestudent, enz.) de stof verwerkt en de voorbereiding strategisch afstemt op het komende tentamen (zie werkboek Studievaardigheden).
Tentamenvaardigheden
Zo goed mogelijk afleggen van tentamens door goede tentamenvaardigheid. Dat wil zeggen dat je weet hoe je het beste multiple choice, open vragen en mondelinge tentamens kan aanpakken. (zie informatie over tentamenvaardigheden).
Vergroot zonodig jouw vaardigheden. Bestudeer de informatie hierover en probeer vaardigheden uit bij oude tentamens.
Bij het houden van een referaat is onderscheid te maken tussen
Vaardigheid in het spreken in een groep.
Een goede voorbereiding is van het aller grootste belang voor het houden van een goed referaat. Schrijf de tekst van je verhaal op en spreek deze een keer hardop uit.
Opvattingen over spreken in groepen die helpen of juist zeer hinderen.
Als je er van overtuigd bent dat het belachelijk is wat je doet en dat je publiek afwijzend of sceptisch zal reageren, dan wordt het bijna onmogelijk iets te zeggen in een groep. Het helpt als je je realiseert dat, ook al heb je goed geoefend, je niet meteen een goede spreker zal zijn. Je zult je gespannen voelen, maar dat betekent niet dat het een belachelijke vertoning zal worden. Het publiek van medestu- denten zal hoogst waarschijnlijk niet vijandig reageren, al is het maar omdat iedereen opziet tegen het houden van een referaat. Je kunt je opgelaten voelen en denken dat je er niets van terecht brengt, maar je hoeft dit niet te geloven. Probeer een realistisch oordeel te ontwikkelen. (Zie informatieblad over spreken in groepen van de Studentenpsychologen en informeer over de cursus 'spreken in werkgroepen')
Bij het werken aan een werkstuk / scriptie / verslag is onderscheid te maken tussen:
Vaardigheid in het opzetten en vervaardigen van een 'schrijfproduct'.
Schrijven moet geleerd worden. Dat houdt in dat je moet leren hoe je een geheel kan opzetten, hoe je teksten vervaardigt en hoe je die later redigeert en afwerkt. Het houdt ook in dat je leert om te gaan met de ongemakken die onvermijdelijk horen bij schrijven. Schrijven is nu eenmaal spannend. Soms zijn deze ongemakken zo groot dat de productiviteit er onder lijdt. Dat heeft te maken met het volgende punt.
Opvattingen over schrijven die helpen of juist zeer hinderen.
Als je beseft dat schrijven een proces is dat in fasen verloopt, waar je met regelmaat aan zult moeten werken en in samenwerking met anderen, dan is de kans groot dat het wel zal lukken. Als je echter vindt dat wat je schrijft in één keer goed moet zijn en dat docenten en medestudenten afwijzend zullen reageren op voorlopige teksten, dan is de kans op problemen zeer groot. Maak verschil tussen opvattingen die het schrijfproces stimuleren of die dit bijna onmogelijk maken. (Zie ook de informatiebladen over schrijven en de literatuurlijst met boeken over schrijven van de Studentenpsychologen en informeer naar de cursus 'scriptie schrijven').
Vraag 4. Wat doe ik als het niet lukt?
Het is niet waarschijnlijk dat je een feilloos werkplan hebt ontworpen dat je zonder enig probleem gaat uitvoeren. Al kan je waarschijnlijk niet in de toekomst kijken, toch kan je op grond van ervaring met jezelf en met je omgeving een aantal problemen voorspellen. Daar kun je op anticiperen en van te voren een oplossing voor bedenken.

Studieproblemen zijn vaak het gevolg van uitstellen, dat wil zeggen het niet op tijd beginnen aan een studietaak en het niet lang genoeg volhouden hiervan. Uitstellen worden in een apart informatieblad uitvoerig besproken. Over het aanpakken van uitstellen is in het kort het volgende te zeggen.

Bij de aanpak van tentamens gaat het vaak om het volgende: - Genoeg en regelmatig werken is noodzakelijk, maar de verleiding iets anders te gaan doen kan zeer groot zijn. Met een expliciet werkplan toets je steeds of je op schema blijft. Hierdoor kan je jezelf tijdig bijsturen. Er ontstaat dan geen hopeloze achterstand, die tot ontmoediging en dus tot verder uitstel kan leiden.

- Een werkplan is niet uitvoerbaar als je te veel hooi op je vork neemt. Ook hier geldt dat je snel zult merken dat er een achterstand ontstaat, die niet aanzet tot meer werken, maar tot uitstellen van noodzakelijke activiteiten.

- Werken voor een tentamen heeft pas zin als je gelooft dat je dit tentamen ook kunt halen. Studeren voor een tentamen waarvan je denkt dat je het toch niet zult halen is moeilijk vol te houden. Vandaar dat het nodig is zoveel mogelijk objectieve feiten te verzamelen die aanwijzingen geven hoe je er voor staat. Toets jezelf (oude tentamens, vragen stellen, enz.) en laat de feiten tot je door dringen. Spoor ook negatieve opvattingen over jezelf op en denk daar eens kritisch over na.

De meeste problemen met spreken in een groep hebben zowel te maken met gebrek aan vaardigheden als met negatieve gedachten. Oefenen van het referaat met mensen bij wie je dat aandurft is de beste oplossing. Maak mee dat je je waarschijnlijk van te voren zeer gespannen voelt, maar dat deze spanning daalt als je eenmaal bezig bent. Corrigeer de negatieve gedachten over jezelf met feitelijke ervaringen. Laat tot je doordringen wat anderen van je vinden; meestal is dat minder negatief dan het eigen oordeel. Besef dat je geen menigte hoeft toe te spreken: het is maar een referaat voor een groepje medestudenten. Uitstellen van deze noodzakelijke ervaring zal de algemene neiging tot uitstellen van spreken in groepen versterken. Het zal niet altijd gaan zoals je graag wilde, maar de rampen die je voorspelt zullen waarschijnlijk niet optreden. Wellicht zijn je eisen, voor een onervaren spreker, te hoog. Problemen met het schrijven van een werkstuk / scriptie / verslag zijn vaak het gevolg van onproductieve condities waaronder geschreven wordt. Vier kenmerkende situaties zijn: - Studenten met schrijfproblemen verkeren vaak in een uiterst 'eenzame' situatie. Het werkstuk is bijvoorbeeld het laatste studieonderdeel dat moet worden gedaan. Anderen zijn al klaar. Daarbij durft de student bijvoorbeeld door het niet nakomen van afspraken geen contact meer op te nemen met begeleiders Het is noodzakelijk om contacten te herstellen met de studiebegeleider en met medestudenten. Creëer publiek met wie de voortgang van het werk is te bespreken en aan wie je voorlopige versies kan laten lezen.

- Het schrijven van een werkstuk kan eindeloos lang duren en soms lijkt het nooit af te komen. Meestal is er sprake van uitstellen en onregelmatig werken. De taak komt maar niet af, bv. door andere taken voor te laten gaan, wachten op inspiratie, steeds weer nieuwe versies schrijven, tot het laatste moment wachten, enz.

Maar schrijven is eigenlijk gewoon werk. Het is een taak waar je 's morgens aan begint en waar je aan het einde van de werkdag mee stopt. Het is nodig om met regelmaat te werken en tot een een zeker automatisme te komen.

- Als er geen verschil wordt gemaakt tussen productie van tekst en de latere redactie van deze tekst dan kan het resultaat hiervan wel eens een leeg vel zijn. Over het algemeen is het niet mogelijk in één keer de definitieve tekst te schrijven.

Een gunstige conditie die helpt een blokkade te voorkomen is te proberen om tot 'vrij schrijven' te komen. Schrijf met een zeker automatisme en ga dat pas later herlezen. Maak steeds het verschil tussen productie van tekst en redactie van tekst. Schrijven is immers een proces bestaande uit schrijven, herlezen, corrigeren en herschrijven tot het werkstuk voldoet aan de eisen van jezelf en van de docent.

- Een probleem dat verwant is met het vorige probleem is perfectionisme. Perfectionisme bij schrijven is te typeren als schrijven en te zelfder tijd overmatig kritisch meelezen. Leer omgaan met negatieve, overmatig kritische gedachten over de eigen prestaties. Schroef je eisen niet onrealistisch hoog op. Je bent maar een beginnende schrijver en beter schrijven leer je door het veel te doen. Realiseer je tevens dat het commentaar van anderen niet op jou persoonlijk is gericht. Het zijn aanwijzingen die vaak zijn te gebruiken.

Tot slot: ontwerp een productief werkplan
Als een werkplan niet voldoet, gooi dan niet meteen het hele idee van een werkplan weg. Probeer te analyseren wat er goed en wat er niet goed ging (had je te veel in te korte tijd gepland? waren er toch nog onverwachte tegenslagen?, enz). Op de laatste pagina is een checklist opgenomen die hierbij behulpzaam kan zijn. Gebruik de uitkomst van deze analyse voor het ontwerpen van een beter werkplan dat tot productiviteit leidt. Lees daarbij deze informatie. Merk je dat problemen ondanks deze adviezen blijven bestaan raadpleeg dan een studieadviseur of studentenpsycholoog.
© Studentenpsychologen - Universiteit Leiden