![]() |
Studieondersteuning Studentenpsychologen |
| Scriptie schrijven | ||||||||||||||||
| Het schrijven van de scriptie: moeilijkheden en oplossingen | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Tegen het schrijven van de scriptie kun je als tegen een berg opzien. Omdat bijvoorbeeld de te verrichten taken niet in allerlei mogelijke deeltaken worden opgedeeld, blijft het werk als een enorme hoeveelheid op je afkomen.
Bovendien is het schrijven van de scriptie voor veel studenten een nieuwe taak, waarvoor vaardigheden vereist zijn, die nog niet eerder werden verlangd. Voor veel mensen is het moeilijker gedachten overzichtelijk op papier te krijgen dan ze uit te spreken. De geschreven taal is nu eenmaal een beperkter middel om informatie over te dragen. Tijdens het spreken kunnen we het gesprokene immers steeds nuanceren. Het "zwart op wit" zetten daarentegen is veel absoluter. Als je weinig of geen ervaring hebt in het schrijven van langere teksten, kun je verstrikt raken in het schrijfproces als je niet goed weet hoe je het aan moet pakken. Problemen bij het schrijven zijn meestal terug te voeren tot twee essentiële punten.
In dit digitale informatieblad gaan we in op het schrijfproces, waarin we een zevental fasen onderscheiden. Enkele fasen gaan vooraf aan het schrijven zelf, andere overlappen elkaar; soms zal je terug moeten gaan naar een eerdere fase. Kortom, het onderscheid is theoretisch, maar door dit onderscheid in fasen te maken, heb je als schrijver enig houvast en kun je voorkomen dat je vastloopt. Bij elke fase noemen we tevens een aantal typerende moeilijkheden die zich in dat stadium kunnen voordoen. Daarnaast geven we een aantal oplossingen aan om deze moeilijkheden te overwinnen. | ||||||||||||||||
| Fasen in het schrijfproces en valkuilen | ||||||||||||||||
Valkuilen in deze fasen
1. ORIËNTATIEFASE |
Alvorens te beginnen met het schrijven van de scriptie moet je je afvragen waar je je aan moet houden, zoals: hoeveel tijd staat er voor het schrijven van de scriptie. | Vanuit het onderwijs worden hiervoor richtlijnen opgesteld; zij zijn vaak te vinden in een studiegids of anders bij de docent/coördinator na te vragen. De richtlijnen hebben betrekking op:
Wanneer je je niet grondig oriënteert op deze randvoorwaarden, maak je een verkeerde start. Veel misverstanden omtrent de richtlijnen in latere fasen van het schrijven van de scriptie hadden voorkomen kunnen worden door goede afspraken vooraf. In het eerste contact van de scribent met een begeleider moeten deze richtlijnen besproken worden en voor beiden duidelijk zijn.
Ook oriënteer je je in deze fase op mogelijke onderwerpen. Eindeloos blijven oriënteren op alle mogelijke onderwerpen is niet zinvol, evenmin als het steeds wisselen van onderwerp. Bij het kiezen van een onderwerp is het wel belangrijk dat je enige voorkennis hebt over het onderwerp en dat je zicht hebt op de mogelijkheden van het onderwerp (bijv. dat je op de hoogte bent van het feit dat een bepaalde theorie al weer achterhaald is). Met deskundigen (docenten) overleggen over je onderwerp is vaak de beste manier om meer voorkennis te verwerven.
2. INFORMATIEFASE |
Wanneer je een onderwerp hebt gevonden, begint het eerste verkennen van het onderwerp en het zoeken naar literatuur-bronnen. Deze fase zou je ook de "brainstorm"-fase kunnen noemen. Alles wat je aan spontane ideeën over het onderwerp te binnen schiet kun je noteren, waarbij je je vooral nog niet druk maakt over eventuele uitwerkingen. Je kunt in deze fase ook anderen raadplegen zoals deskundigen of betrokkenen. Zij kunnen je op een spoor brengen als je nog te weinig ideeën hebt. Vragen over het onderwerp kun je apart
noteren. Deze vragen zijn goed bruikbaar bij het gericht zoeken in de literatuur.
| Voordat je begint met het bestuderen van de literatuur en/of het uitvoeren van een onderzoek, kun je een overzicht maken van alle deelonderwerpen om vervolgens in de literatuur uit te zoeken wat en hoeveel hierover geschreven is. Raadpleeg hiervoor de bibliotheken. Het is in deze fase nog niet nodig de literatuur echt grondig te bestuderen. De literatuur wordt globaal gelezen, hetgeen vooral bedoeld is om een indruk van het onderwerp te krijgen en de weg te vinden naar overige voor het onderwerp relevante literatuur. Wel is het zinvol aantekeningen te maken van de globaal gelezen teksten of in ieder geval bij te houden waar wat staat. Blijkt dat het onderwerp te veelomvattend is (of dat er te veel over geschreven is) dan zul je beperkingen aan moeten brengen. Dit doe je door een bepaald aspect van het gekozen onderwerp eruit te lichten of te benadrukken. Tijdens het globaal doornemen van de gevonden literatuur kun je op allerlei nieuwe ideeën komen, zodat het oorspronkelijke onderwerp naar de achtergrond verschuift. Zonder geheel van het onderwerp af te stappen moet het in dit stadium mogelijk zijn het onderwerp te nuanceren, te verleggen of bij te stellen. Uiteindelijk kom je vanuit deze informatiefase tot een aantal ideeën voor de vraagstelling. Vraagstellingen waarop je door literatuurstudie of door middel van onderzoek antwoorden kunt vinden.
3. VRAAGSTELLINGSFASE |
Na de informatiefase moet je tot een heldere, onderzoekbare vraagstelling komen. Door de formulering van de vraagstelling wordt het onderwerp verder ingeperkt. De vraagstelling moet houvast bieden bij het verrichten van onderzoek of bij de literatuurstudie. Vermijd dus
altijd een vage of te brede vraagstelling: dat is beginnen met een valse start. Nadat de vraagstelling is geformuleerd, dus vóórdat je gericht onderzoek gaat doen, kun
je alvast een globale inhoudsopgave maken. Je hebt bij het indelen van een scriptie een grote mate van vrijheid. Je kunt bijv. achtereenvolgens enkele theorieën ook op
bepaalde aspecten vergelijken.
| Bij het indelen van een scriptie in hoofdstukken en paragrafen dien je rekening te houden met de volgende punten:
De inhoudsopgave die je nu maakt, is uiteraard een voorlopige. Je kunt tijdens het schrijven altijd veranderingen aanbrengen. Met een globale inhoudsopgave verdeel je de schrijftaken in overzichtelijke deeltaken, weet je waar je naar toe werkt en heb je overzicht over het geheel. Op basis van vraagstelling en inhoudsopgave kun je tenslotte een werkplan maken, waarin je aangeeft wat je eerst gaat doen, welke literatuur je eerst gaat bestuderen, bij wie je de informatie gaat inwinnen en aan welk gedeelte van de scriptie je begint te schrijven. Bij het maken van een werkplan hoort ook een tijdsplanning. Houd voor elke fase enige speling in je tijdsindeling, zodat je kunt uitlopen. Voor de scriptie staat een bepaalde hoeveelheid tijd gepland in de studie. De meeste studenten overschrijden deze tijd, omdat het schrijven van de scriptie nu eenmaal een moeilijk karwei is.
4. ONDERZOEKSFASE |
Deze fase is als het ware de kern van het schrijfproces, toch is het moeilijk voor deze fase algemene richtlijnen te geven. Je voert in deze fase het onderzoek uit of je
verricht de literatuurstudie en beide zijn zeer specifieke activiteiten.
| Houd in deze fase in ieder geval steeds de vraagstelling(en) goed in je achterhoofd. Probeer de gegevens die je vindt zo goed mogelijk te ordenen. Het kunnen feiten of meningen zijn, theoretische opvattingen, onderzoeksresultaten. De systematische indeling van de gegevens is steeds een voorlopige. Ook in latere fasen blijf je rangschikken. Je kunt hiervoor een losbladig systeem (losse kaarten) gebruiken, zodat je de gevonden informatie gemakelijker kunt ordenen en herordenen. Houd steeds bij waar je wat vandaan hebt gehaald, dat bespaart je later een hoop zoekwerk. Probeer in deze fase binnen de beschikbare tijd te werken. In het schrijven en herschrijven gaat immers ook veel tijd zitten.
5. SCHRIJFFASE |
Nu je de informatie uit de literatuur of uit je onderzoek geselecteerd hebt, kun je de eerste versie gaan schrijven. Maak aan de hand van eerder gemaakte inhoudsopgave
een indeling van de te schrijven hoofdstukken. Begin nooit de inleiding te schrijven, maar begin te schrijven aan een hoofdstuk, waarvan de inhoud je al duidelijk voor ogen staat.
| Het is raadzaam om een langere tekst, bijv. een hoofdstuk, eerst in grote lijnen m.b.v. steekwoorden op papier te zetten. Een dergelijk schema van trefwoorden biedt je veel houvast bij het schrijven van het hoofdstuk. Velen hebben de neiging te lang stil te staan bij de eerste zin.Ze willen bijv. die eerste zin al direct perfect op papier krijgen, terwijl dit meer thuis hoort in een latere fase van het schrijfproces. Als je de grote lijn niet goed in je hoofd hebt, bestaat bovendien de kans dat je te lang over details uitweidt. Wees bij het schrijven van de eerste versie niet te zuinig met papier, opdat je bij het herschrijven steeds op- en aanmerkingen kunt verwerken. Wacht nooit op inspiratie, maar begin gewoon te schrijven. Maak je nog niet bezorgd over de juiste, precieze formulering, taalgebruik, leestekens en spelling. Houd bij het schrijven echter wel de vraagstelling(en) in de gaten.
6. HERSCHRIJFFASE |
Voor een bevredigend resultaat is het bijna altijd nodig
gedeelten van de tekst te herschrijven. Tijdens het herschrijven worden gedeelten geordend, "puntjes op de i" gezet en vragen gesteld als:
|
Hiervoor is het nodig je eigen werk kritisch te beoordelen zonder al te perfectionistisch te willen zijn. Veel studenten zien tegen het herschrijven op, maar de ervaring leert dat men in weinig tijd veel verbeteringen kan aanbrengen. Bij het herschrijven van de tekst kun je een aantal punten in de gaten houden:
Op het moment dat de tekst leesbaar is, kun je de tekst voorleggen aan anderen (bijv. docenten). Beoordelingen van anderen kunnen bijzonder bruikbaar zijn bij het herschrijven van een tekst. Voor de leesbaarheid is het van belang onderdelen op elkaar aan te laten sluiten. Dit doe je ondermeer door aan het eind van een hoofdstuk of paragraaf aan te geven wat volgt en waarom je daarop ingaat. Ook kun je bij het begin van een nieuw onderdeel even terugblikken. Bij het herschrijven kun je al rekening gaan houden met de alinea-indeling. Alinea's worden gebruikt om een bepaalde gedachtegang te onderbreken. Het maken van een indeling is niet eenvoudig. Soms begint men te vaak met een nieuwe alinea, waardoor een onoverzichtelijk geheel wordt gecreëerd.
7. AFWERKINGSFASE |
In deze fase gaat het om de vormaspecten van de scriptie. Hoewel de inhoud van een tekst natuurlijk voorop staat, is het voor de leesbaarheid essentieel de tekst goed af te werken. Een overzichtelijke inhoudsopgave, een goede indeling, een duidelijke inleiding, heldere formulering en een nette lay-out vergroten de leesbaarheid aanzienlijk.
| Een aantal tips:
Literatuurlijst |
Boeken die je bij het schrijven van de scriptie kunt raadplegen zijn:
|
Tien tips voor studenten met schrijfproblemen Geheimen van productief schrijven Zeven hindernissen bij productief schrijven Overzicht Studie-ondersteuning |