Terug naar de homepage van Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Zeven hindernissen bij productief schrijven
| Vrees voor schrijven | Opvattingen over schrijven | Uitstellen | Negatieve gevoelens | Toenemende spanning | Perfectionisme | Evaluatieangst | Checklist |
Emotionele processen kunnen het schrijven hinderen
Naast niet weten wat te schrijven of niet weten hoe de gedachten helder op papier te krijgen kan het schrijfproces gehinderd worden door emotionele processen. In dit verband wordt gesproken van
Blokkering
Dit houdt in dat de schrijver wel achter het bureau zit en probeert te schrijven, maar dat dit niet wil lukken omdat het geschrevene steeds wordt afgekeurd. Ook wordt het algemene begrip faalangst gebruikt ter verklaring van problemen met schrijven.
Faalangst
Onder faalangst wordt verstaan dat de persoon angst ervaart ten gevolge van de mogelijkheid te falen in situaties waarin geevalueerd wordt. Deze angst hindert bij het schrijven.

Schrijfangst
Bij schrijfangst gaat het meestal om een specifiek, aanwezig gevoel. Iemand zit bijvoorbeeld achter de computer, staart naar het scherm en voelt zich in samenhang met negatieve gedachten gespannen en angstig.
Schrijfvrees
Schrijfvrees is meestal vager en houdt meer een voorspelling in, namelijk dat er iets onaangenaam zal plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan is iemand die probeert te werken maar te zelfdertijd vreest dat het toch niet gaat lukken.

Uitstellen ter bescherming

Om zich te beschermen tegen sterke negatieve emoties stellen sommigen het werken telkens uit. Soms worden daar zeer overtuigende argumenten bij gebruikt als "Ik kan alleen schrijven op dagen dat er verder geen studieactiviteiten zijn" of "Eerst ga ik de boel opruimen en dan ga ik aan de slag". Dit kan leiden tot het gevoel voortdurend bezig zijn maar in feite weinig werken, in vlagen werken en geregeld werk te laat inleveren. Deze werkwijzen zijn niet erg productief en leveren uiteindelijk zeer negatieve gevoelens op. Het is nodig meer constructieve manieren te vinden om met schrijfangst en schrijfvrees om te gaan.

Gedachten en denkpatronen die het schrijven hinderen

Om angst en vrees voor schrijven beter te leren hanteren is het nodig de gedachten en denkpatronen die hieraan ten grondslag liggen op te sporen. Onderzoek van gedachten en denkpatronen van problematische en productieve schrijvers door de Amerikaanse psycholoog Boice wijst er op dat zeven categorieën van gedachten en denkpatronen onderscheiden kunnen worden. Deze zullen hieronder worden besproken. Bij de eerste twee categorieën (vrees voor schrijven, opvattingen over het schrijven zelf) blijken er geen verschillen te bestaan tussen problematische en productieve schrijvers .In laatste vijf categorieën blijken er wel verschillen te bestaan tussen deze twee groepen schrijvers.
Zeven categorieën van gedachten en denkpatronen
 
1. Vrees voor het schrijven
Opvallend is dat gedachten over de moeilijke, veeleisende aard van het schrijven bij beide groepen evenveel voorkomen. Schrijven is kennelijk voor zowel problematische als productieve schrijvers een moeilijke taak en zijn schrijvers bevreesd voor mislukking. Niet is onderzocht hoe problematische en productieve schrijvers met deze gedachten omgaan. Vermoedelijk zullen productieve schrijvers minder belang hechten aan deze gedachten, terwijl er aanwijzingen zijn dat problematische schrijvers juist veel aandacht geven aan de zwaarte van de taak. Door de zwaarte van de taak te benadrukken kan het onmogelijk worden deze adekwaat aan te pakken. De taak lijkt te zwaar te zijn en de capaciteiten deze taak aan te kunnen pakken zijn in vergelijking te beperkt. Aandacht voor negatieve gedachten en denkpatronen kan veel tijd in beslag nemen en kan het schrijfproces sterk hinderen.
2. Opvattingen over het schrijven zelf
Beide groepen blijken evenveel onrealistische en negatief uitwerkende opvattingen te hebben over schrijven. Een voorbeeld van een onrealistisch denkpatroon is "Een scriptie moet spontaan en creatief worden geschreven". Dit denkpatroon kan negatief uitwerken omdat het uitstellen en wachten op 'inspiratie' uitlokt terwijl het 'gewoon' hard en regelmatig werken blokkeert. Daarbij wordt een zware en niet helemaal realistische eis gesteld, namelijk creativiteit. Schrijven houdt een zekere creativiteit in bij bijvoorbeeld het op een eigen wijze ordenen van materiaal, het kiezen van formuleringen, enz. Maar werkstukken en scripties zijn geen artistieke producten, waar het wel in hoge mate gaat om creativiteit.

Ook bij deze categorie van gedachten en denkpatronen is niet bekend hoe problematische en productieve schrijvers omgaan met bepaalde denkpatronen. Er zijn aanwijzingen dat problematische schrijvers zeer kunnen geloven in onrealistische en negatief uitwerkende denkpatronen en daar star aan kunnen vasthouden.

3. Uitstel van schrijftaken
Gedachten die uitstellen en vertragen van schrijven rechtvaardigen komen bij problematische schrijvers veel meer voor dan bij productieve schrijvers. Een voorbeeld hiervan is: "Eerst moet ik boodschappen doen, want dan heb ik de rust om aan mijn scriptie te werken", of: "Als ik nu vanmorgen eerst ga wandelen dan ben ik vanmiddag helder genoeg voor mijn werkstuk". Op zich hoeven deze gedachten niet geheel onwaar te zijn, maar de effecten op het schrijfproces kunnen zeer negatief zijn.
4. Negatieve gevoelens in verband met schrijven
Angstig makende gedachten, kwellend gepieker en pijnlijke twijfel over de eigen capaciteiten komen verhoudingsgewijs veel voor bij problematische schrijvers. Dit leidt tot negatieve gevoelens die het schrijfproces zeer kunnen verstoren. De negatieve gevoelens hinderen bij het schrijven en om de negatieve gevoelens te ontlopen isafleiding welkom of zal afleiding worden gezocht.
5. Op laten lopen van spanning
Gedachten over zeer veel in korte tijd doen en onrealistische 'deadlines' komen bij problematische schrijvers veel voor. Deze schrijvers zijn geneigd uit te stellen en dan in één keer te proberen de taak te volbrengen. Deze werkwijze wordt vaak gerechtvaard door de gedachte onder spanning beter te kunnen werken. Dit is een riskante strategie die gemakkelijk tot mislukking kan leiden.
6. Perfectionisme
Gedachten die als het ware een interne criticus reflecteren, die voortdurend overdreven scherp commentaar geeft bij alle activiteiten komen bij problematische schrijvers veel meer voor dan bij productieve schrijvers. Het is alsof iemand over de schouder van de problematische schrijver meekijkt en geen enkele zwakke formulering, slordigheid of fout tolereert. Perfectionisme werkt verlammend op het schrijfproces en schaadt de kwaliteit van het schrijfproduct.
Meer over perfectionisme
7. Evaluatie angst.
Gedachten aan blunders, door de mand vallen, enz. komen bij problematische schrijvers veel voor. Dit kan tot het volgende denkpatroon leiden. Vooral fouten (en niet zo zeer een geheel van goede en minder goede passages) worden door de beoordelaar opgemerkt en door al deze fouten zal de beoordelaar de persoon negatief beoordelen. De beoordelaar wordt als het ware selectieve aandacht toegeschreven. Daarbij wordt verondersteld dat de beoordelaar niet zozeer het werkstuk maar de persoon van de schrijver beoordeelt. Dit denkpatroon zal het zeer moeilijk maken om iets op papier te krijgen.
Onwerkzame schrijfstrategieën en perfectionisme.
Behalve door Boice wordt ook door andere onderzoekers gesignaleerd dat angst en vrees voor schrijven en uitstel van schrijftaken zeer veel voorkomt. Gesteld wordt dat alsiemand bevreesd is om woorden op papier te zetten en angst ervaart tijdens het schrijven dit zal leiden tot vermijding en uitstel van schrijfactiviteiten. Schrijfvrees en angst worden gezien als het resultaat van zowel onwerkzame schrijfstrategieën als van negatieve gedachten en denkpatronen.

Onwerkzame schrijfstrategieën kunnen het gevolg zijn van gebrek aan ervaring. De onervaren schrijver zal gemakkelijk te snel met het feitelijke schrijven beginnen. De ervaren schrijver weet dat eerst begonnen zal moeten worden een orientatie op het materiaal, een onderzoeksvraag zal moeten worden opgesteld, gericht zal moeten worden gezocht, enz. Dit houdt onder meer het maken van aantekeningen, nadenken, peinzen, overleg met medestudenten en de docent in. Het produceren van een werkstuk en zeker van een scriptie is het resultaat van een schrijfproces met verschilende fasen.

Door Boice wordt gewezen op zeven verschillende categorieën van gedachten en denkpatronen, maar sommige onderzoekers stellen dat schrijfvrees vooral het gevolg is van perfectionisme . Met perfectionisme wordt in dit verband bedoeld dat de problematische schrijver de schrijftaak als zeer zwaar en uiterst belangrijk ziet waarbij geen enkele fout mag worden gemaakt. Aan het schrijfproduct worden door de schrijver zelf onrealistisch hoge eisen worden gesteld, terwijl de schrijver er van uit gaat dat ook de beoordelaar zeer strenge eisen stelt. Ieder woord wordt op een goudschaaltje gewogen en overmatig kritisch bekeken. Kort samengevat komt het er op neer dat de perfectionistische schrijver voortdurend bang is fouten te maken en vreest dat deze fouten niet zullen worden geaccepteerd. Vloeiend schrijven wordt hierdoor geblokkeerd, want ieder poging tot schrijven zal bij voorbaat een onvoldoende resultaat opleveren. Ook na afloop is de perfectionische schrijver ontevreden over het product. De perfectionistische schrijver kan zelfs ontevreden blijven als het werkstuk of de scriptie is goedgekeurd. Het heeft zoveel moeite gekost, het kan veel beter en het zegt niets over nieuwe schrijfopdrachten zijn opmerkingen die vaak worden gemaakt en tevredenheid over de prestatie wegnemen. Insituaties waar het schrijfproduct wordt beoordeeld neemt de vrees en deze destructieve kritiek vaak toe. De kwaliteit van het schrijfproduct wordt niet bevordert maar neemt af door dit perfectionisme.

Checklist
Tot slot volgt een korte vragenlijst waarmee je kenmerkende gedachten en denkpatronen die het schrijven kunnen hinderen, kunt opsporen. In de vragenlijst wordt gesproken van 'scriptie', maar dit kan evengoed vervangen worden door 'werkstuk' of 'paper'.


Checklist hinderlijke gedachten bij schrijven
vragenbijna nooitsoms vaakbijna altijd
1.Kan je er van overtuigd zijn dat het schrijven van een scriptie gaat mislukken? 123 4
2. Vind je dat je alles in één keer goed moet opschrijven 123 4
3. Heb je gedachten die er toe leiden dat je het werken aan de scriptie uitstelt? 123 4
4. Ben je bang dat jij geen scriptie kan schrijven? 123 4
5. Stel je het werken aan de scriptie uit en probeer je dan in één keer alles af te maken? 123 4
6. Ben je ontevreden over wat je schrijft? 123 4
7. Ben je bang dat je stomme fouten maakt en de lezers dat opmerken? 123 4
8. Heb je onrealistische opvattingen over het schrijven zelf, die het werken aan de scriptie blijken te hinderen? 123 4

Opmerking: Als je met 3 of 4 antwoordt, dan is er waarschijnlijk op dat punt sprake van een probleem. Volg het advies op van dit digitale informatie blad.

©, 2001 Studentenpsychologen - Universiteit Leiden