Terug naar de homepage van Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Geheimen van productief schrijven
| Automatisme | Regelmaat | Cognitieve management | Sociale management | Checklist productief schrijven |

Wel willen maar niet kunnen schrijven is een probleem dat al honderden jaren wordt gesignaleerd. Aanvullende en soms tegenstrijdige adviezen over een aanpak van deze schrijfproblemen zijn in grote getale verstrekt. Schrijfproblemen bestaan zowel bij studenten als bij docenten. De Amerikaanse psycholoog Boice heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan naar problemen bij het schrijven en de aanpak van schrijfproblemen en wijst op vier strategieën die vloeiend en productief schrijven bevorderen. Door een combinatie van deze strategieën komt een schrijfproces opgang dat zichzelf in stand houdt. Productieve schrijvers blijken deze vier strategieën toe te passen.

Automatisme
De eerste strategie is te kenschetsen met 'automatisme'. Toegepast op het schrijfproces betekent dat 'vrij schrijven' en 'meteen beginnen'. 'Vrij schrijven' wil zeggen de gewoonte om te schrijven zonder meteen al te kritisch te zijn. In een later stadium wordt de geproduceerde tekst nogmaals kritisch bekeken. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de productie van tekst en de latere redactie van de tekst. Zo ontstaat een eerste versie die, bijvoorbeeld na commentaar van lezers, verder bewerkt kan worden.

Met 'meteen beginnen' met schrijven wordt bedoeld de gewoonte aan de slag te gaan en niet af te wachten tot de ideale condities zijn bereikt. De moeilijkheden van het schrijfproces worden tijdens het schrijven aangepakt. Productieve schrijvers gaan met een zekere gretigheid aan de slag in het vertrouwen dat het wel zal lukken de onvermijdelijke problemen van het schrijven op te lossen. Er is sprake van toenadering in plaats van afwachten.

Regelmaat
De tweede strategie is te kenschetsen met 'regelmaat'. Met 'regelmaat' wordt bedoeld routinematig, ongeacht stemming, wel of geen zin hebben, al dan niet met inspiratie te werken volgens een schema. Schrijven verschilt wat dat betreft nauwelijks van het verrichten van andere noodzakelijk taken. Schrijven is gewoon werken en bij werken vraagt iemand zich over het algemeen ook niet voortdurend af of wel de juiste steming aanwezig is, of het wel leuk is en of het wel goed gaat.

Een productieve schrijver verdeelt het werk goed over de tijd en voorkomt dat de schrijftaak zich ophoopt. Door het werkplan schriftelijk vast te leggen en de vorderingen aan te tekenen is het gemakkelijk om op koers te blijven. Door deze planmatig aanpak wordt het schrijfproces bevorderd. Sommige onproductieve schrijvers maken een bezige indruk en zijn er zelf ook van overtuigd altijd druk bezig te zijn, maar stellen in feite uit en gaan pas werken als de 'deadline' in zicht is. Dit werken in vlagen veroorzaakt spanningen en blijkt meestal niet erg productief te zijn.

Cognitieve management
De derde strategie is te kenschetsen met 'cognitieve management'. Hiermee wordt in de eerste plaats bedoeld het hanteren van strategieën om het werk plezierig en niet te emotioneel belastend te maken. Productieve schrijvers werken met vertrouwen, rustig en gestaag door en weten dat schrijven verschillende activiteiten omvat die soms vlot en soms moeizaam verlopen. In een schrijfproces zijn er fasen waar de nadruk op het schrijven zelf valt, maar er zijn ook fasen van nadenken over de stof en ordenen van het materiaal. Nadenken en ordenen kan soms moeizaam gaan. Iemand voelt bijvoorbeeld hoe er een verband tussen twee artikelen bestaat, maar desondanks wil het maar niet lukken dit onder worden te brengen. De productieve schrijver heeft geleerd met twijfel en impasses in het schrijfproces om te gaan en laat zich hierdoor niet van slag brengen. Tegenslag wordt gezien als een probleem dat moet worden opgelost en tegenslag wordt niet opgevat als bewijs dat het schrijven gaat mislukken. Dit aspect van 'cognitieve management' is te omschrijven als 'zelf management'.

In de tweede plaats wordt met 'cognitieve management' bedoeld het planmatig opzetten van een werkstuk of scriptie. Productieve schrijvers hebben geleerd zich op de relevante problemen te richten met een goede vraagstelling. De beschikbare informatie wordt gebruikt om de onderzoeksvraag te beantwoorden en het schrijven is afgestemd op de docent of de doelgroep. Problematische schrijvers willen vaak te veel en zijn geneigd ongericht alles te laten zien wat ze weten. Het schrijfproduct is dan niet afgestemd op de beantwoording van de onderzoeksvraag en de lezer wordt overdonderd met informatie.

Sociale management
De vierde strategie is te kenschetsen met 'sociale management'. Hiermee wordt bedoeld dat een productieve schrijver zorgt ingebed te zijn in een sociaal netwerk met samenwerking, advies, commentaar en vroegtijdige correctie. Door schrijven als een sociale activiteit te zien wordt het schrijfproces bevorderd. Het schrijfproduct zal ook moeten voldoen aan expliciete en impliciete regels van beoordelaars en lezers. De productieve schrijver kent die regels en houdt hier rekening mee. Onproductieve schrijvers werken vaak geisoleerd, houden te weinig rekening met regels en laten hun werk vaak pas in een laat stadium aan anderen zien.

Checklist
Tot slot volgt een korte vragenlijst waarmee je kunt beoordelen in welke mate jij de strategieën voor produktief schrijven toepast. In de vragenlijst wordt gesproken van 'scriptie', maar dit kan vervangen worden door 'werkstuk' of 'paper'.

Checklist stategieën voor produktief schrijven
vragenbijna nooitsoms vaakbijna altijd
1 Automatisme
1.1. Schrijf je over het algemeen 'vrij' zonder overmatig kritisch te zijn? 123 4
1.2. Begin je over het algemeen meteen met het werken aan de scriptie zonder dit te vermijden? 123 4
2. Regelmaat
2.1.Verdeel je het werken aan de scriptie goed over de tijd? 123 4
2.2.Werk je regelmatig?1 234
3. 'Cognitieve management'
3.1.Heb je over het algemeen het idee dat de scriptie wel zal lukken? 123 4
3.2.Werk je volgens een planmatige opzet met een vraagstelling, e.d.? 123 4
4. 'Sociale management'
4.1.Bespreek je geregeld de scriptie met anderen? 123 4
4.2. Lezen anderen geregeld concepten van de scriptie? 123 4

Opmerking: Als je met 1 of 2 antwoordt, dan is er waarschijnlijk op dat punt sprake van een probleem. Volg het advies op in dit digitale informatie blad.

©, 2001 Studentenpsychologen - Universiteit Leiden