![]() |
Studieondersteuning Studentenpsychologen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Algemene Studievaardigheden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Studieplanning | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Waarom is plannen belangrijk? |
Lange termijnplanning |
Korte termijnplanning (oefening 1) |
Tijdsbesteding en studieplanning (oefening 2) |
Een paardemiddel in de strijd met de tijd
2.1.Waarom is plannen belangrijk?Wie gaat studeren bevindt zich in de situatie die ener zijds bekend is (je hebt jaren onderwijs achter de rug) en anderzijds nieuw is. Dit maakt de kans op plannings fouten groot, omdat je zowel teveel als te weinig kunt vertrouwen op de ervaring die je al hebt. Een student die er stilzwijgend vanuit gaat dat de docenten (net als vroeger) wel regelmatig zullen aangeven wat het huiswerk voor de komende week is, baseert zijn verwachtingen teveel op het verleden. Een student die zich geheel machteloos voelt tegenover zijn nieuwe taak (zoals het bestuderen van drie boeken), maakt juist te weinig gebruik van zijn ervaringen die hij al heeft. Het is beslist niet eenvoudig te ontdekken hoe je bij het maken van een plan gebruik kunt maken van de ervaringen die je al hebt opgedaan.
Aan het begin van het studiejaar krijg je een studiegids en het programma dat daarin beschreven staat kun je op twee manieren lezen
Bij de tweede manier duikt onmiddellijk een groot aantal vragen op, je wilt weten wat er precies van je verwacht wordt. Voor we wat dieper ingaan op het waarom en hoe van het plannen, willen we eerst nog wat aandacht besteden aan de vraag wat plannen binnen de studie nu eigenlijk is. Simpel gezegd is plannen binnen de studie het opsplitsen van de studietaak in een aantal deeltaken die in een bepaalde volgorde en binnen een bepaalde termijn worden afgelegd. Je stemt de beschikbare tijd en de hoeveelheid stof daarbij zodanig op elkaar af dat je binnen een bepaalde tijd de stof beheerst en daarover een tentamen zou kunnen afleggen. De resultaten van studieplanning leg je vast in een studieplan dat aangeeft wat je wanneer wilt doen. Je kunt zo'n studieplan gebruiken om jezelf te controleren en je studie te structureren. Als het goed is vergroot je daarmee je greep op je (studie-)activiteiten. Bij dit alles geldt wel dat je niets hebt aan een 'te optimistisch' plan: het is belangrijk om realistisch te plannen. Dat betekent ook dat je rekening houdt met factoren in je omgeving die bepalen hoeveel tijd je hebt en wanneer je die tijd aan je studie kunt besteden. Over het werken met een planning bestaan een aantal misverstanden. Het gaat er bij plannen niet altijd om meer uren te werken maar om de uren dat er gewerkt wordt efficient te gebruiken. De beslissing hoeveel uur je moet of wilt werken is een ander onderwerp. Voor sommige studenten is het aardige van plannen, dat als ze vaststellen wanneer (en waaraan) ze gaan werken, ze zich zonder schuldgevoelens met andere zaken kunnen bezighouden (sport, film, pilsje drinken, niets doen). Een goede studieplanning vereist aan de ene kant een aktieve verwerking van alle informatie, aan de andere kant moet je rekening houden met het feit dat het niet altijd mogelijk is alles van te voren te overzien. Het eerste studiejaar is nogal gestructureerd. Wanneer je alles volgt en ook haalt, is er niets aan de hand. Wanneer je echter een tentamen niet haalt, en de herkansing volgt in het tweede semester, waarin je het ook druk hebt met andere vakken, zul je moeten gaan nadenken over de planning. Hoe verdeel je je tijd over de verschillende vakken? Kun je aan meerdere vakken tegelijk werken? Aan welke vakken wil je prioriteit geven, als je in tijdnood komt? Het is een bekend gegeven dat studievertraging juist weer vertraging in de hand werkt. Door een herkansing loop je het gevaar andere vakken te laten schieten, die je vervolgens ook niet haalt, zodat steeds meer achterstand optreedt, waardoor je steeds het gevoel kunt hebben achter jezelf aan te hollen. Door bij vertraging veel aandacht te besteden aan je planning en aan je studiemethodiek kun je voork6men een grotere achterstand op te lopen. Je studieplanning moet geen opeenhoping van waarschijnlijk toch niet haalbare verplichtingen worden. Uiteraard is je planning een globale en een voorlopige. Er zullen ongetwijfeld veranderingen plaatsvinden: er komt af en toe stof bij, er valt weleens een hoofdstuk weg, tentamendata verschuiven, je haalt een tentamen niet, je bent een paar dagen ziek, etc. Je zult daardoor steeds moeten bijsturen en flexibel moeten zijn in je studieplanning. Als je planning erg in de war raakt omdat je tentamens niet hebt gehaald, is het aan te raden contact op te nemen met de studieadviseur van jouw studierichting. Je kunt dan samen met hem/haar bespreken hoe je de achterstand kunt wegwerken zonder nieuwe onderdelen te verwaarlozen.
We maken in dit hoofdstuk een onderscheid tussen lange termijnplanning en korte termijnplanning. We kunnen een planning maken die in grote lijnen aangeeft wanneer je wat wilt doen (bijv. een semesterplan of een jaarplan) en een planning die meer gedetailleerd is (bijv. een weekplan). Beide types planning moeten uitmonden in een studieplan dat op het lijf geschreven is, d.w.z. dat het met jouw situatie (werk, prive-omstandigheden, capaciteiten, etc.) rekening houdt. Er bestaat dan ook niet zoiets als iin ideaal plan dat voor iedereen zou gelden. Een studieplan is individueel en gaat uit van wat in jouw situatie in jouw studie een rol speelt. 2.2.Lange termijnplanningMet lange termijnplanning bedoelen we het opstellen van een plan voor een jaar, een semester of trimester. Aan het begin van het betreffende tijdvak ga je na wat je daarbinnen voor je studie en andere bezigheden moet of wilt doen. Hierbij is het van belang dat je een overzicht hebt over de hoeveelheid studie-onderdelen en wanneer deze gedaan moeten worden. Een dergelijk overzicht vind je in de studiegids of in de semesterbrochures. In de studiegids wordt ook aangegeven hoeveel studiepunten je voor ieder onderdeel krijgt. Deze informatie kun je gebruiken om een globale indruk te krijgen van de hoeveelheid tijd die je voor een vak nodig hebt. Als je daaruit niet duidelijk voor ogen kunt krijgen wat je precies moet doen vraag dan om extra informatie aan de docent, studieadviseur of aan medestudenten. Na zo'n oriëntatie op studietaken en andere verplichtingen beschik je vaak over veel losse informatie. Het is handig om voor jezelf alle data systematisch te ordenen door bijv. alle vaste punten zoals tentamendata, data waarop het onderwijs afgelopen is of weer begint, vakanties , sportevenementen e.d. in een schema vast te leggen. Je kunt hiervoor een tijdbalk, een kalender (agenda of een ander wekenschema gebruiken. Meestal ligt in het eerste jaar het studieprogramma vast. In latere jaren echter is dat niet het geval en wordt van je verwacht dat je zelf een planning maakt. Schematisch zou je het ontstaan van een studieplan als volgt kunnen voorstellen:
Een vergelijking van de beschikbare tijd en de benodigde tijd moet in een STUDIEPLAN worden verwerkt Overigens betekent planningen maken niet altijd grote schema's op papier zetten. Je kunt een schema ook gewoon heel kort aangeven in je agenda. Het gaat erom dat je je orië#nteert en iets aan planning doet.
2.3. Korte termijnplanningBehalve een studieplan voor wat langere termijn, zoals hierboven beschreven, kun je ook een studieplan maken voor een veel kortere periode. Nadat je eerst een globale planning hebt gemaakt over een semester en een periode van tentamenvoorbereiding, maak je uitgaande hiervan een meer gedetailleerde weekplanning.Oefening 1 TijdschrijvenJe kunt pas bepalen wat je in een week gaat doen, wanneer je inzicht hebt in je tijdsbesteding. Om tot een realistisch plan te kunnen komen zul je moeten weten wat je aankan. Ga daarom gedurende in of twee weken je tijdsbesteding na, door op te schrijven wat je zoal doet. Duidelijk wordt dan hoeveel tijd gaat zitten in werkgroepen, hoelang je doet over bepaalde vakken en hoeveel tijd je besteedt aan niet studieaktiviteiten als eten, slapen, boodschappen doen, sport, etc. Verder op is een formulier afgedrukt dat je hiervoor kunt gebruiken.
Hieronder staat een voorbeeld van een dagboek van een eerstejaars student psychologie uit Leiden. Door op een dergelijke manier gedurende enkele weken tijd te schrijven, kun je een balans opmaken en zul je in staat zijn een betrouwbare schatting te maken van de diverse benodigde en beschikbare tijden.
Om informatie te krijgen over de tijd die je nodig hebt voor bepaalde studie-activiteiten kun je bij het tijdschrijven gebruik maken van de volgende categorieën
2.4. Tijdsbesteding en studieplanningDoor deze tijdschrijfopdracht ben je waarschijnlijk meer bewust geworden van je tijdsbesteding. Je hebt je misschien verbaasd over je tijdsindeling of je bent erachter gekomen dat je meer of minder tijd aan de studie besteedt dan je verwachtte. Je hebt bijv. ge- merkt dat je meer tijd nodig hebt om op gang te komen, of meer tijd beschikbaar moet hebben voor het herhalen van de stof. Of je wilt minder of juist meer tijd gaan besteden aan het huishouden of sociale kontakten. Kortom je hebt meer zicht op je eigen gewoonten, behoef- ten en mogelijkheden.
Er wordt een normale werkweek van je verwacht, dat wil zeggen ± 40 uur per week. Natuurlijk is dit een algeme- ne norm en ligt de tijdsinvestering voor iedere student weer anders. Het is moeilijk algemene uitspraken te doen over de hoeveelheid tijd die studenten nodig hebben om goede resultaten te behalen. Daarom is het van groot belang te weten hoe je je tijd besteedt en zou willen besteden. Het tijdschrijven geeft je zicht op je reële tijdsinvestering en vanuit deze reële situatie kun je 'stap voor stap' verbetering aanbrengen. Een goede planning van studie-activiteiten en andere activiteiten kan je daarbij helpen.
Het heeft weinig zin om ineens 100 bladzijden per dag te plannen als je dat aantal nog nooit gehaald hebt en er door tijdschrijven achter bent gekomen dat je ongeveer 30 bladzijden per dag haalt. Het is zinvoller het aantal langzaam te vermeerderen en te beginnen met een planning van bijv. 35 bladzijden per dag. Irreële planningen kunnen tot gevolg hebben dat je helemaal niet meer aan de slag komt, ongemotiveerd raakt, de studie ontwijkt e.d. Meer realistische plan- ningen kunnen dergelijke problemen voorkomen, geven je de gelegenheid om tijdig bij te sturen, werken juist motiverend. Bovendien ben je beter in staat prioritei- ten te leggen op deze wijze. Als je de volgende week bijv. kolleges laat vallen omdat Je tijd nodig hebt voor de voorbereiding van een werkgroep, is dit dan een bewuste beslissing of is dit 'paniekvoetbal'.9 - Houd bij je planning vooral rekening met je eigen studiegewoonten. Vergelijk jezelf niet teveel met anderen; iedereen heeft zijn eigen tempo. - Wil je veranderingen in je wijze van studeren aanbrengen doe dit dan geleidelijk. Eis niet ineens van jezelf dat je van nu af aan een 40-urige werkweek volbrengt, maar ga stap voor stap te werk. - Voor veel mensen is het van belang in principe vaste uren van de dag te reserveren voor zelfstudie. Je hoeft dan niet steeds weer te beslissen of je wel of niet 'vanmiddag' gaat studeren. Door iedere dag op vaste tijden te studeren breng je regelmaat in je studie. Je kunt hierbij rekening houden met de tijden waarop je het beste studeert.
Oefening 2 Planning versus realisatieProbeer de komende week alle studie- en andere activiteiten te plannen. Bepaal wat je de komende week wilt doen. Stel vast hoeveel tijd je aan zelfstudie kunt besteden en op welke tijden je wilt studeren. Verdeel de taken over de tijden. Bepaal ook wanneer je 'vrije' tijd en ontspanning plant. Maak hierbij gebruik van je ervaringen met de tijdschrijfop dracht en de suggesties hierboven. Ga steeds na in hoeverre je je plannen gerealiseerd hebt. Maak gebruik van een schema waarin je plannen en uitvoering bijhoudt bijv. zoals op de volgende wijze:
Naar aanleiding van deze opdracht kun je jezelf de volgende vragen stellen
2.5. Een paardemiddel in de strijd met de tijd Als je op een gegeven moment werkelijk zuinig om wilt gaan met je tijd zonder dat dit direct ten koste gaat van de aanpak van de stof, kun je volgende procedure hanteren: 1. Je zoekt een rustige werkplek en legt klaar: pen, pa- pier, een (keuken)wekker, een woordenboek en het studie- boek in kwestie.
2. Je deelt (bijv. aan de hand van de inhoudsopgave) het boek in 'hapklare' brokken in: eenheden waar je ongeveer drie kwartier tot een uur voor nodig denkt te hebben. 3. Je telt die eenheden en je verdeelt deze eenheden over de tijd, die je beschikbaar hebt. (Hou minimaal iin dag speling aan het eind).
4. Je zet de wekker op één kwartier en begint aan de eerste eenheid. Begin je net in het boek dan werk je eerst aan het globale overzicht; ben je al ergens halverwege, dan ga je met behulp van het globale overzicht na waar je bent, wat je al gehad hebt, waar je nu aan toe bent en wat er nog volgt. Dan begin je te lezen en wanneer de wekker afgaat, kijk je het gedeelte na.
5. Je zet de wekker opnieuw en leest verder. Breng steeds ordening aan zodra de wekker gegaan is; herhaal dit nog een derde kwartier.
6. Na drie kwartier kijk je vooruit: hoever ben je nog af van het voltooien van de eenheid? Krijg je het af in het komende kwartier of zat je er helemaal naast met je schatting? In het eerste geval ga je door met stap 7. In het laatste geval begin je weer bij stap 2: je ontwik- kelt een nieuw werkplan, met kleinere eenheden. 7. Heb je binnen het uur de eenheid afgewerkt kijk dan nog even terug. Heb je een goed overzicht over de behandel- de onderwerpen? Is je duidelijk wat het te maken heeft met het onderwerp dat besproken werd?
8. Kijk nog even in de inhoudsopgave. Waar zit je in het boek en wat komt er volgende keer aan de orde. Een strikte methode van dit type leidt tot een efficiënte besteding van je studietijd; je loopt niet de kans 'einde- loos' boven een studieboek te zitten, zonder eigenlijk, iets te doen. Je levert elk studieuur een 'produkt' af en als je eenmaal ontdekt hebt hoe groot de studie-eenheid is dan is het prettig om te kunnen zien hoe het werk vordert. Deze paragraaf is overgenomen uit: 'Dikke boeken, weinig tijd' COWO - Amsterdam (zie literatuurlijst).
Door uit te tellen hoeveel eenheden je nog moet doen, kun je goed nagaan hoeveel uren je nog zult moeten studeren, voordat je het boek hebt doorgewerkt en de laatste hand kunt leggen aan de tentamensvoorbereiding. Je weet op deze manier waar je aan toe bent. Dat we hier spreken over een paardemiddel, zal je duidelijk worden als je de methode eens probeert (hetgeen zeker is aan te raden).
Veel studenten rapporteren dat ze zelden zo intensief gewerkt hebben als tijdens een proefneming met deze methode. Gecon- cludeerd wordt meestal ook dat het handig is om af en toe op deze manier te werken, maar dat het wel erg prettig is wanneer de tijdsdruk niet altijd zo groot is. Startpunt studievaardigheden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||