Wil een website het gewenste effect sorteren, dan moet die aan twee voorwaarden voldoen:
- De beoogde bezoekers moeten de site makkelijk kunnen vinden.
- De informatie moet zodanig gepresenteerd zijn, dat de bezoekers antwoord krijgen op hun mogelijke vragen.
Het gaat er dus om de doelgroep te bereiken en een boodschap over te brengen. Voor beide onderwerpen geeft deze site nuttige richtlijnen.
Of de bezoekers uw site kunnen vinden, hangt voor een deel af van het ontwerp en de onderliggende structuur van de homepage van de Universiteit Leiden. Voor een belangrijk deel echter bepalen de schrijvers zelf of bezoekers hun site gemakkelijk vinden. Aanwijzingen hiervoor zijn te vinden in de paragraaf
trefwoorden.
Wanneer een bezoeker de site eenmaal heeft gevonden, is het zaak zijn of haar aandacht vast te houden. Daarom is het van belang dat de site aantrekkelijk, helder en overzichtelijk is. Over de opmaak of lay-out gaat de paragraaf
vormgeving. Aanwijzingen over de inhoud, de tekst, staan in de paragrafen
doelgroep, tekstopbouw,
schrijfstijl, en stijlboekje.
Internet heeft twee grote voordelen vergeleken met de gedrukte media: het is mogelijk een link te leggen tussen verschillende sites en de gebruiker kan onmiddellijk via hetzelfde medium reageren. De schrijver van de site kan ervoor zorgen dat deze mogelijkheden optimaal - niet maximaal - zijn. De paragraaf
hypertext bevat richtlijnen over links en interactieve elementen.
Doelgroep
Voor welke bezoekers?
De eisen waaraan een gedrukte tekst moeten voldoen gelden in nog sterkere mate voor webteksten. Alle onderzoeken wijzen uit dat internetgebruikers nog eerder afhaken als een tekst niet lekker loopt, of leest alsof die niet voor hem of haar bestemd is.
Elke schrijver moet daarom beginnen zich af te vragen voor wie hij of zij schrijft: wie vormen de doelgroep? Inhoud en schrijfstijl moeten aansluiten bij degenen voor wie de tekst bestemd is.
Vormgeving
Een site met een rustige lay-out nodigt meer uit tot lezen dan een uitbundige. Illustraties zijn leuk, maar veel bezoekers met een niet al te snelle internetverbinding zullen niet willen wachten tot ook de afbeelding geladen is. Een drukke site bereikt daardoor minder mensen dan een site met een eenvoudige vormgeving.
Omdat Schrijven voor de site ressorteert onder de homepage van de Universiteit Leiden, verdient het aanbeveling de vormgeving daarop af te stemmen. Eenheid in stijl is in esthetisch opzicht beter dan een allegaartje van stijlen onder één noemer.
Tekstopbouw
Wat is het onderwerp?
Een tekst op een website mag met de deur in huis vallen. De beperkte ruimte van het scherm en de haast van de bezoeker laten geen ruimte voor een uitgebreide inleiding. Er is nog een andere reden om het belangrijkste niet tot het laatst te bewaren, die is te vinden in de paragraaf trefwoorden
Antwoorden
Elke bezoeker heeft vragen over het onderwerp van uw site. Een goede tekst geeft antwoord op de belangrijkste vragen die bezoekers (de doelgroep) kunnen hebben over dit onderwerp. U kunt dus het best beginnen die vragen te bedenken en deze in een logische volgorde te zetten. Pas daarna begint u te schrijven. Door antwoord te geven op de vragen, schrijft u vanzelf een goed opgebouwde tekst. Als elk antwoord op een nieuwe regel begint, ontstaan er
alinea's.
Informatie op maat
Op de eerste pagina is alleen plaats voor antwoorden op de belangrijkste of hoofdvragen. De antwoorden op subvragen kunt u het best voor volgende
pagina' s bewaren. Niet alle bezoekers zijn in details geïnteresseerd, maar zij willen wel de hoofdzaken weten. De maat van het scherm bepaalt hoeveel tekst er op één pagina - het scherm - past. Het is verstandig uit te gaan van maximaal 300 woorden. Raadpleeg voor langere teksten de paragraaf
hypertext.
Schrijfstijl
Dynamisch medium, dynamische stijl
Een tekst op het scherm is lastiger te lezen dan een gedrukte pagina. Daarom is het des te belangrijker levendig te schrijven. Elke zin moet dan een actief onderwerp hebben. Dit is bijna altijd mogelijk. De zin: de module
wordt afgesloten met een schriftelijk tentamen, is vlotter in de actieve vorm: een schriftelijk
tentamen sluit de module af. Liever dus geen lijdende vorm (worden en een voltooid deelwoord).
De taal leeft dankzij de werkwoorden. Veel schrijvers maken van die werkwoorden echter zelfstandige naamwoorden door er een lidwoord voor te zetten (naamwoordstijl). Zij schrijven dan:
het inhalen van dit tentamen is niet mogelijk, in plaats van: studenten kunnen dit tentamen niet inhalen.
Teksten worden niet alleen levendiger als u de actieve vorm en de werkwoordstijl gebruikt, ook de zinnen worden daardoor korter. Op papier is een wat langere zin - als die goed loopt - geen probleem, van het scherm leest die veel lastiger.
Struikelblokken
Bezoekers mogen niet struikelen over taal- en spelfouten. Controleert u daarom de tekst zorgvuldig voordat die op de site belandt. De meest voorkomende taalfouten zijn:
-
werkwoordfouten - de beruchte d's en dt's.
-
congruentiefouten - onderwerp en persoonsvorm hebben niet dezelfde vorm (er
zijn een drietal uitzonderingen)
-
inversiefouten - de persoonsvorm staat ten onrechte vóór het onderwerp (tot 1 september kunt u zich inschrijven en
begint u in oktober met de colleges).
-
samentrekkingsfouten - een woord dat een tweede keer voorkomt in de zin is weggelaten terwijl het niet dezelfde betekenis, vorm (enkelvoud of meervoud) of grammaticale functie heeft als het eerste woord (taalfouten zijn hinderlijk, en moeten schrijvers zien te voorkomen;
'taalfouten' is in het eerste deel van de zin onderwerp, in het tweede lijdend voorwerp en moet dus herhaald worden, in dit geval met het verwijswoord
'die').
Elke schrijver moet een goed taaladviesboek binnen handbereik hebben. Voor wie toch met taalvragen blijft zitten, kan de
Taaladviesdienst uitkomst bieden.
Spelfouten mogen dan minder hinderlijk zijn, zij zorgen er wel voor dat de tekst hapert. Alle schrijvers hebben het
Groene boekje nodig, want de Nederlandse spelling is niet logisch of consequent, maar een kwestie van afspraak. Woorden die veel voorkomen in de universitaire wereld vindt u in het
stijlboekje.
Stijlboekje
Veel kranten hebben een eigen stijlboek ontwikkeld. De volgende
pagina's vormen de aanzet voor een stijlboekje van de Universiteit Leiden.
Slechts één manier van spellen
In het Groene boekje (ook digitaal verkrijgbaar) staan de woorden in de voorgeschreven spelling.
In de meeste gevallen is de voorkeurspelling van vóór 1995 opgewaardeerd tot de geldende spelling. Omdat de voorkeurspelling inconsequenties bevatte, is in 39 gevallen besloten daar van af te wijken. Daarom schrijven we bijvoorbeeld voortaan: dioxide, fotokopie, insect, mediëëvist, oxidatie, preses, product, propedeuse, publicatie. De volledige lijst staat
in het
Groene Boekje en de
Spellingwijzer.
Afkortingen
Afkortingen van academische titels krijgen een punt. Dus: dr., drs., mr., prof., prof.dr. (geen spatie tussen prof. en dr.) en
prof.dr. J. Jansen (wel spatie tussen dr. en J.).
Afkortingen als m.b.t. en d.w.z. mogen niet voorkomen.
Samenstellingen
De tussen-s in samenstellingen is meestal die van de oude tweede naamval (des ministers portefeuille werd ministersportefeuille). Soms mag een samengesteld woord zowel mét als zonder tussen-s geschreven worden. De Universiteit Leiden schrijft
onderzoekschool en onderzoekinstituut, dus zonder tussen-s.
Voor de tussen-n moeten schrijvers het Groene Boekje raadplegen.
Klemtoonteken
Om een woord of lettergreep te beklemtonen, gebruiken we áltijd het accentteken dat naar réchts wijst.
Hoofdletters of kleine letters
Universiteit Leiden - in tekst altijd eerst voluit, daarna is Leidse universiteit toegestaan, maar nooit U Leiden of UL
College van Bestuur
College van Dekanen
rector magnificus
voorzitter
faculteiten, opleidingen, onderzoeksgroepen, expertisecentra,
productgroepen, diensten
De onderdelen van de universiteit (faculteit, vakgroep, dienst) schrijven we met een kleine letter. De naam van het onderdeel krijgt een hoofdletter, als er meer naamwoorden en/of werkwoorden in de naam staan, krijgen die ook een hoofdletter.
faculteit der Geneeskunde
faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen
faculteit der Sociale Wetenschappen
vakgroep Nierziekten
vakgroep Politieke Wetenschappen
vakgroep Culturele Antropologie en Sociologie der Niet-Westerse Samenlevingen
expertisecentrum Internationalisering Communicatie en
Studenten (ICS)
In een tekst schrijven we altijd de naam van het universiteitsonderdeel eerst voluit, daarna:
Geneeskunde (eventueel medische faculteit),
Letteren (maar geen letterenfaculteit),
Rechtsgeleerdheid (eventueel juridische faculteit),
Sociale Wetenschappen (maar geen sociale faculteit),
Wiskunde en Natuurwetenschappen (eventueel ß-faculteit of bèta-faculteit, maar geen W en N),
Godgeleerdheid (eventueel theologische faculteit),
Expertisecentrum Internationalisering, Communicatie en Studenten (ICS) etc.
Opleidingen of studies krijgen geen hoofdletters (algemene taalwetenschap, geneeskunde, Indiase talen en culturen)
Aanhalingstekens
We gebruiken dubbele aanhalingstekens ("...") voor een citaat en enkele aanhalingstekens ('...') voor een citaat binnen een citaat, in koppen en om aan te geven dat woorden een speciale status hebben.
Titels van boeken en rapporten
Zet titels cursief; alleen het eerste woord krijgt een hoofdletter (beginkapitaal).
Voorbeelden: Otterspeer is gepromoveerd op het proefschrift De wiekslag van hun
geest; Leids Kwartier wordt toegezonden aan
vwo'ers.
Vreemde woorden
Schrijvers moeten spaarzaam gebruik maken van woorden uit vreemde talen en de eerste keer het leenwoord cursief zetten.
Voor uitbreiding vatbare lijst van lastige zaken
hbo'er, vwo'er
doctorandus (geen doctoranda)
promovendus (of promovenda): iemand die gaat promoveren
gepromoveerde: iemand die gepromoveerd is
dr. Jansen, hoogleraar geschiedenis (dus niet: prof.dr. Jansen, hoogleraar geschiedenis)
dekaan (van een faculteit), maar studentendecaan en schooldecaan
Mist u iets in dit stijlboekje? Stuurt u dan een e-mailtje met het onderwerp waarover u meer informatie wilt.
Trefwoorden
Zoals gezegd op de openingspagina, hangt het van de schrijver af of zoekers bezoekers van uw site worden. De meeste zoekmachines zoeken in de eerste regels of
alinea's naar trefwoorden. Daarom moeten de belangrijkste woorden in het begin van de tekst voorkomen. Komt een belangrijk woord toch aan het einde van de tekst te staan, dan kunt u dat woord doorgeven aan de webmaster. Die kan het dan toevoegen aan de zoekmachines.
Het is uiteraard aan te bevelen titels zo te kiezen dat de beoogde doelgroep de site vindt. Een titel als
'vrouwen op de universiteit' leidt over het algemeen naar sites die slechts voor mannelijke zoekers bestemd zijn.
Hypertext
Links
Met de zogenaamde links kan de schrijver een koppeling maken naar ander sites. Er zijn twee soorten links: interne en externe. De interne links koppelen
pagina's binnen de eigen site; externe links brengen een verbinding met een andere homepage, of een subpagina daarvan, tot stand. Zo is er in de paragraaf
Schrijfstijl/Struikelblokken een externe link naar de Taaladviesdienst.
Links in de lopende tekst zijn storend en zijn er bovendien soms de oorzaak van dat bezoekers niet naar uw site terugkeren. Links kunnen het best aan het eind van een paragraaf staan of apart op de pagina.
E-mail
Als bezoekers een e-mail kunnen sturen vanaf de site, moeten ze eerst alle relevante informatie hebben gelezen. Om te voorkomen dat het e-mailbericht voortijdig de oorspronkelijke tekst bedekt, is het beter in een later stadium om een e-mail(re)actie te vragen.
|