Slaap-waak ritme stoornissen bij veroudering en dementie
Eus J.W. van Someren, R.F. Riemersma, R.J.E.M. Raymann en D.F. Swaab Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek, Meibergdreef 33, 1105 AZ Amsterdam. E-mail: e.van.someren@nih.knaw.nl Circadiane ritmes
(dag-nacht ritmes, 24-uurs ritmes) komen voor in vrijwel alle fysiologische processen en gedragingen. Voorbeelden hiervan zijn hormoonspiegels, lichaamstemperatuur, slapen en waken. De hypothalame suprachiasmatische
nucleus (SCN) speelt een centrale rol in het genereren en reguleren van deze circadiane processen. Schade aan de SCN gaat zowel bij dieren als bij mensen gepaard met een fragmentatie van periodes van rust en activiteit.
Een soortgelijke fragmentatie is in sterkere mate aanwezig bij sommige patienten met de ziekte van Alzheimer. Het optreden van nachtelijke onrust geeft een zware belasting voor de verzorger en is daarmee belangrijke
factor in de beslissing om de patient in een verpleeghuis op te laten nemen. In humaan en dierlijk hersenmateriaal werd aangetoond dat neuronen in de SCN op een hoge leeftijd tekenen van verminderde
activiteit vertonen; een fenomeen dat in nog veel sterkere mate en op vroegere leeftijd gevonden wordt bij de ziekte van Alzheimer. In deze voordracht wordt verslag gedaan van studies naar niet-farmacologische
strategieën om verstoorde ritmes te behandelen. Omdat de licht-prikkels die de SCN informeren over het het externe dag-nacht ritme afnemen bij veroudering en de ziekte van Alzheimer, werd op grond van het 'Use it or
lose it'-concept verondersteld dat een gebrek aan prikkels een rol zou kunnen spelen bij de neuronale atrofie van de SCN en dat additionele stimulering van het circadiane systeem een rationele behandeling
van ritme-stoornissen zou kunnen zijn. De rust-activiteits-ritmes van patienten werden daartoe voor-, tijdens- en na afloop van een SCN-stimulerende behandelingen met behulp van actigrafie vastgelegd. Uit
een eerste studie bij Alzheimer patienten bleek dat een geringe hoeveelheid lichamelijke activiteit en een geringe blootstelling aan helder omgevingslicht de belangrijkste voorspellers voor het optreden van circadiane
stoornissen waren . Deze bevindingen ondersteunen het idee dat de SCN een centrale rol speelt bij circadiane ritme stoornissen, en wijzen daarnaast op mogelijke behandel-strategieën, namelijk het verhogen van de
hoeveelheid omgevingslicht en fysieke activiteit. Vervolgens werden rust-activiteits ritmen voor-, tijdens- en na het discontinueren van de licht-behandeling met actigrafie vastgelegd. De toegenomen lichtintensiteit
bewerkstelligde een tijdelijke verbetering in de koppeling van het ritme aan externe Zeitgebers bij demente ouderen met een redelijk tot goede visus, terwijl de behandeling geen effect had bij demente patienten met
ernstige visus stoornissen . Deze bevinding maakt een placebo-effect van licht zeer onwaarschijnlijk, en suggereert dat de degenererende SCN ook bij demente patienten voldoende plasticiteit heeft behouden voor een
toegenomen functionaliteit bij extra prikkeling. De bevinding sluit ook goed aan bij eerder dieronderzoek waarin werd aangetoond dat extra omgevingslicht de verzwakte amplitude van het 24-uurs ritme in het slaap-waak
gedrag van oude ratten kan herstellen tot het nivo van jonge ratten, en dat degeneratie van neuronen in de SCN cellen werd tegengegaan . Van belang is te vermelden dat behandeling met helder licht niet gepaard gaat met
de negatieve bijwerkingen die zo kenmerkend zijn voor de behandeling van slaapstoornissen met sedativa. Integendeel, de behandeling lijkt een gunstig effect te hebben op cognitief functioneren, gedragsstoornissen, en
stemming. Wat betreft dit laatste is de interactie tussen de SCN en de hypothalamus-hypofyse-bijnier (HPA) as waarschijnlijk van groot belang. Door de rotatie van de aarde zijn niet alleen
licht-donker cycli, maar ook temperatuur cycli alom aanwezig geweest gedurende de evolutionaire ontwikkeling van de neuronale systemen die verantwoordelijk zijn voor de regulatie van slapen en waken. Het is opvallend
dat veel van de hierbij betrokken hersengebieden gevoelig blijken voor veranderingen in de temperatuur van de huid en de kern van het lichaam. Recente bevindingen tonen aan dat de overgang van waken naar slapen sterk
samenhangt met veranderingen in de temperatuur van de kern en de huid . Voorlopige resultaten tonen aan dat ook manipulatie van het circadiane ritme in lichaamstemperatuur een effectieve prikkel voor het verbeteren van
het slaap-waak ritme bij ouderen is. 1. Kräuchi K et al. (1999) Nature 401:36-37; 2. Lucassen PJ et al. (1995) Brain Res 693:261-266; 3. Swaab DF
(1991) Neurobiol Aging 12:317-324; 4. Van Someren EJW (2000) Chronobiol Int 17:313-354; 5. Van Someren EJW et al. (1996) Biol Psychiatry 40:259-270; 6
. Van Someren EJW et al. (1997) Biol Psychiatry 41:955-963; 7. Witting W et al. (1993) Brain Res Bull 30:157-162. |