CBE journaal
nummer 3-2015
 
OEPS!!
U ontvangt dit journaal voor de tweede maal omdat bleek dat in de eerder verstuurde versie een aantal linken niet goed werkten.

In dit CBE-journaal
In deze editie van het CBE-journaal van de Universiteit Leiden staat het onderwerp fraude centraal. Daarnaast vindt u een artikel over de decentrale selectie.

Redactie: Daniel Mandel, Marlies de Boer, Annet van Ingen Scholten, Willem de Wit, Joop Boon en Anna Vuijk


College van Beroep voor de examens
Iedere universiteit heeft een College van Beroep voor de Examens (hierna: CBE) op grond van art. 7.61 Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW)waarbij studenten in beroep kunnen gaan. Dit CBE is een onafhankelijk beroepscollege.

Als een student het niet eens is met een beslissing van de examencommissie over tentamens en examens, een bindend negatief studieadvies of de toelating tot een (master)opleiding, kan hij/zij tegen die beslissing beroep instellen bij het CBE. De student dient dan een beroepschrift te schrijven.


Fraude: uitgangspunt van het CBE is dat fraude in welke vorm of omvang ook niet wordt getolereerd.
Fraude kan heel verschillende verschijningsvormen aannemen, en zich in verschillende studiejaren voordoen. Altijd geldt: inleveren van andermans werk of tekst van (internet)bronnen kopiëren zonder deugdelijke bronvermelding is niet aanvaardbaar.

Ingevolge artikel 7.12b, tweede lid, van de WHW kan de examencommissie, indien een student of extraneus fraudeert, de betrokkene het recht ontnemen één of meer door de examencommissie aan te wijzen tentamens of examens af te leggen, gedurende een door de examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar. Bij ernstige fraude kan de examencommissie zelfs het instellingsbestuur vragen de inschrijving van de student definitief te beëindigen.


Inleveren van werkgroepopdracht van een ander = fraude
Uitspraak 15-065

Ook voor het inleveren van een opdracht die niet becijferd wordt, maar slechts tot een bonuspunt kan leiden, geldt dat het eigen werk moet zijn!

Het inleveren van werk dat grotendeels door een medestudent is gemaakt is, onder alle omstandigheden, fraude. Zelfs wanneer het om een werkgroepopdracht gaat waarvoor geen beoordeling wordt gegeven, maar slechts een bonuspunt voor de onderwijseenheid verdiend kan worden geldt dat slechts eigen werk mag worden ingeleverd.

In deze zaak werd ook een medestudent van fraude verdacht. In de loop van de procedure bleek dat deze niet op de hoogte was van het inleveren van zijn werk door de student, zodat hij volledig vrijgepleit werd. De medestudent kreeg geen maatregel opgelegd. Omdat de student door zijn handelen wel verdenking op zijn medestudent laadde, mocht dit naar het oordeel van het College meewegen in de omvang van de opgelegde maatregel. Bovendien leidde de fraude tot aantekening in het elektronisch dossier van de student.

Uitspraak: beroep ongegrond

 

 


Kopiëren van internet zonder deugdelijke bronvermelding = fraude
 Uitspraak 15-038

Kopiëren van grote delen van een paper van bronnen op internet is een kwalijke zaak. Ook van feiten van algemene bekendheid, zoals bijvoorbeeld gegevens op de website van de Europese Commissie, dient de vindplaats vermeld te worden. Deze gegevens zijn immers niet door eigen onderzoek vastgesteld! Daarbij komt nog dat wanneer zulke gegevens niet juist zijn, verkeerd geciteerd of anderszins, bij deugdelijke bronvermelding ook de bron van een fout inzichtelijk wordt. Door geen of een onjuiste bronvermelding ben je behalve voor fraude bovendien verantwoordelijk voor mogelijke fouten in het gepresenteerde werk.

Voor papers geldt dat zij gewoonlijk door anti-plagiaat-software worden gehaald. In dit geval is dat het softwareprogramma ‘Turnitin’. De examinator krijgt van ‘Turnitin’ de melding dat grote delen van de paper van de student afkomstig zijn van internetbronnen. Dit is echter niet vermeld in de tekst of een notenapparaat. De betreffende websites zijn slechts in het literatuuroverzicht vermeld als geraadpleegde bronnen. Appellant is aanvankelijk van mening dat hij slechts vergeten is aanhalingstekens te plaatsen. Wanneer hij het rapport ziet schrikt hij en begrijpt hij dat dit niet door de beugel kan. Wel is hij van mening dat hij gelegenheid tot het schrijven van een nieuwe paper in hetzelfde blok moet krijgen.

Het CBE is echter van oordeel dat de omvang van het plagiaat rechtvaardigt dat niet alleen de ingeleverde paper ongeldig is verklaard, maar dat bovendien in het lopende semester geen nieuwe paper mag worden ingediend. Dit heeft ook tot gevolg dat het gehele blok overgedaan moet worden, omdat de onderdelen onderling samenhangen. Door de fraude heeft de student het risico genomen dat ook de andere onderdelen van het blok komen te vervallen.

Uitspraak: beroep ongegrond


Tip van het CBE
Meldt overmachtof problemen om opdrachten in te leveren tijdig bij de docent en/of examencommissie.

Ga met vragen over bronvermelding tijdig naar de docent!


Decentrale selectie opleiding geneeskunde 2015-2016, wat zijn overgangscijfers 5vwo?
 Uitspraak 15-046

Appellante wordt afgewezen voor de tweede selectieronde van de procedure omdat haar volgnummer, na de eerste selectieronde, te laag is. Haar volgnummer is vastgesteld alleen op basis van de uitslag van de afgelegde (BMAT)toets. De cijfers van het overgangsrapport 5vwo, ook een basis voor het volgnummer, zijn niet meegewogen. Formeel omdat zij geen cijfers heeft ingediend. Zij vraagt een voorlopige voorziening zodat zij kan meedoen aan de tweede selectieronde.

Appellante heeft bij het Luzac college de jaren 5 en 6 vwo in één jaar afgelegd en haar vwo diploma behaald Zij heeft meerdere keren gevraagd naar het toestaan van haar bij het Luzac behaalde cijfers. De cijfers van periode 1 en 2 van het jaar bij Luzac komen, volgens een verklaring van de rector, overeen met de cijfers van een overgangsbewijs naar 6 vwo. Appellante zou met haar resultaat van de BMAT en het meewegen van de 5vwo cijfers behaald bij Luzac, zijn uitgekomen op volgnummer 196 en daarmee door zijn naar de tweede selectieronde.

Verweerder huldigt het standpunt dat er in dit geval geen sprake is van een overgangsrapport van 5 naar 6 vwo. Het Luzac kan dan wel een erkende onderwijsinstelling zijn maar de daar in één jaar behaalde cijfers zijn niet vergelijkbaar met een overgangsrapport van 5 naar 6vwo.

 

Volgens het Reglement decentrale selectie wordt onder “overgangsrapport 5vwo” verstaan: een door een erkende onderwijsinstelling afgegeven document, getekend en voorzien van een datum, waaruit blijkt dat de in dat document genoemde persoon is bevorderd van het vijfde naar het zesde leerjaar van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.

Het Luzac College is een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen erkende onderwijsinstelling.

Het CBE oordeelt dat verweerder onterecht tot uitgangspunt heeft genomen dat het Luzac College geen erkende onderwijsinstelling is als bedoeld in het Reglement, dan wel dat de volgens het Luzac onderwijssysteem behaalde cijfers geen overgangscijfers 5vwo zijn. Dat het onderwijssysteem van het Luzac afwijkt van het reguliere onderwijssysteem doet daaraan niets af, temeer nu in het betreffende artikel van het Reglement hierover niets is opgenomen. Het CBE vindt de verklaring van de rector van het Luzac, dat de cijferlijst periode 1 en 2 gelijkwaardig is aan een overgangsbewijs naar 6vwo, voldoende aannemelijk.

Uitspraak: beroep gegrond en voorlopige voorziening toegewezen

 


Norm beoordeling is exclusieve bevoegdheid examinator
 Uitspraak 14-274

De student heeft een tentamen gemaakt en daarvoor net een onvoldoende behaald. Dat kan gebeuren, maar het scheelde niet veel zodat hij optimistisch gestemd deelneemt aan de herkansing.
Ook voor de herkansing behaalt hij echter een onvoldoende resultaat.

Bij inzage blijkt dat de examinator van mening is dat de herkansing iets makkelijker was, en is de cesuur daarom een vraag opgeschoven. Appellant is echter van mening dat de tentamens even moeilijk waren. Als de cesuur gelijk was gebleven had hij bij de herkansing een voldoende behaald …

De examinator geeft nadere uitleg over de verschuiving van de cesuur, maar appellant is hiermee niet tevreden. Hij blijft bij het standpunt dat in zijn beleving beide tentamens even moeilijk waren.

Op de zitting wordt vanuit het CBE aangegeven dat de beoordeling van een tentamen ingevolge artikel 7.12c, eerste lid van de WHW, een exclusieve bevoegdheid is van de examinator. De student heeft ingevolge de Onderwijs- en Examenregeling (OER) slechts recht op inzage van en uitleg over het tentamen. Een oordeel over de examinator of de inrichting van het tentamen en de beoordelingsnorm komt de student niet toe.

Wat betreft de procedure is het CBE van oordeel dat de student op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat in strijd met de WHW of de OER is gehandeld. Wat betreft de beoordeling kan het CBE niet vaststellen of een student over de benodigde kennis en vaardigheden beschikt om een onderwijseenheid met goed gevolg af te ronden.

Uitspraak: beroep ongegrond

Bij ons leer je de wereld kennen