CBE journaal
nummer 1 2014
 
Het eerste CBE journaal
Dit is de eerste editie van het journaal van het College van Beroep voor de Examens (CBE) van de Universiteit Leiden.

Dit journaal is gericht aan de examencommissies van de Universiteit Leiden, medewerkers die direct of indirect betrokken zijn bij het CBE en aan de CBE’s van andere universiteiten en biedt een actuele weergave van interessante uitspraken van het CBE.


College van Beroep voor de examens
Iedere universiteit heeft een College van Beroep voor de Examens op grond van art. 7.61 Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW)waarbij studenten in beroep kunnen gaan. Dit College is een onafhankelijk beroepscollege.
Als een student het niet eens is met beslissingen van de examencommissie over tentamens en examens, een bindend negatief studieadvies of de toelating tot een (master)opleiding, kan hij/zij tegen die beslissing beroep instellen bij het College van Beroep voor de Examens. De student dient dan een beroepschrift te schrijven.


Nieuws
Op de website van het College van Beroep voor de examens zijn alle uitspraken van het College te vinden. Deze zijn gerubriceerd onder het kopje 'Jurisprudentie, op de meest voorkomende onderwerpen van geschil'.

Op onze website is de Brochure 2013 opgenomen met daarin antwoorden op veelgestelde vragen over de beroepsprocedure. De Brochure bevat ook een link naar een voorbeeld-brief van een in te dienen beroepschrift. 


Beoordeling tentamen
 Uitspraak 13-063

Appellant vraagt om inhoudelijke herbeoordeling van een vraag. Hij heeft in zijn antwoord de stof in eigen woorden weergegeven en meent dat het niet terecht is dat slechts bijna de helft van het aantal te behalen punten zijn toegekend. De docent heeft hem bij de nabespreking niet kunnen overtuigen van het verschil met de standaarduitwerking.

Ingevolge artikel 8.4, derde lid onder b van de Algemene wet bestuursrecht is beroep uitgesloten voor een besluit met een ‘beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat die ter zake is geëxamineerd’. Ook wordt in dit artikel 8.4 beroep betreffende beoordelingsnormen of nadere regels voor toetsing uitgesloten. Dit betekent dat het College alleen de formele gang van zaken rond het tentamen kan toetsen.

Het College stelt vast dat de examinator geen verschillende sleutels voor de beoordeling kan gebruiken. Dan zou immers de rechtszekerheid van de studenten in het geding zijn. Wel kan een docent bij de inzage tot de conclusie komen dat de sleutel bij het nakijken onjuist is gehanteerd of dat de puntentelling onjuist is geweest. In zulke gevallen zal de docent het cijfer in het voordeel van de student (laten) aanpassen. Daarvan is echter in deze zaak geen sprake.

Het College is van oordeel dat het vaststellen van de vragen, van de beoordeling en van de beoorde­lingsnormen van ten­tamens en opdrachten tot de exclusieve bevoegd­heid van de examinator behoort. Het College heeft in geschillen daarover slechts een marginaal toetsende taak. Het is het College niet gebleken dat de bestreden beoordeling deze toetsing niet zou kunnen doorstaan.

Uitspraak: beroep ongegrond


Faciliteiten in verband met dyslexie
 Uitspraak 13-100

Appellant heeft in de bachelorfase faciliteiten gekregen in verband met zijn dyslexie. Voor de master wilde hij zich niet presenteren als ‘student met handicap’. Hij merkt echter te laat dat hij de grote hoeveelheid leesstof voor zijn scriptie heeft onderschat. Na het inleveren vraagt hij alsnog om faciliteiten.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat een student tijdig om faciliteiten in verband met een functiebeperking moet vragen. Dit staat ook in het Protocol studeren met een functiebeperking. Appellant heeft niet voldaan aan de vereisten van het Thesis Seminar.

Het College stelt vast dat dat verweerder het verzoek had ingewilligd als het eerder was ingediend.

Naar het oordeel van het College bieden de betreffende Onderwijs- en Examenregeling en de universitaire regelgeving ter stimulering van studiedeelname door studenten met een beperking geen ruimte om het verzoek om faciliteiten af te wijzen wegens het niet voldoen aan de vereisten van het Thesis Seminar. Onder deze omstandigheden kan het besluit van verweerder niet in stand blijven.

Uitspraak: beroep gegrond


Tip van het CBE
Voorkom stress en procedures en meldt een beperking liever in een vroeg stadium bij het Fenestra Disability Centre van de Universeit Leiden! Overigens kunnen examencommissies en studieadviseurs wanneer zij een probleem signaleren ook het studentendossier inzien. Mogelijk staat hierin al een melding uit een andere studiefase.


Toelating Master
 Uitspraak 13-112

Appellante is toegelaten tot een master van een opleiding, en wil nu een tweede afstudeerrichting van deze opleiding volgen. Haar verzoek wordt afgewezen omdat zij naar de mening van verweerder niet aan alle vooropleidingseisen heeft voldaan.

Appellante doet een gemotiveerd beroep op het gelijkheidsbeginsel: enkele oud-studiegenoten met hetzelfde bachelordiploma en vergelijkbare keuzevakken zijn eerder wel toegelaten tot beide afstudeerrichtingen. Verweerder geeft op de zitting aan dat er geen wijzigingen in de programma's van de beide afstudeerrichtingen zijn. Ook zijn de vooropleidingseisen voor beide richtingen niet gewijzigd.

Het College stelt vast dat verweerder met deze toelichting de afwijzing van appellante voor de betreffende afstudeerrichting niet nader heeft onderbouwd. Onder deze omstandigheden kan het besluit van verweerder niet in stand blijven.

Uitspraak: beroep gegrond


Uitspraak CBHO
Appellante, die niet voldeed aan de vooropleidingseis (vwo-diploma), heeft verzocht te worden toegelaten tot de bacheloropleiding Art History aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Het verzoek is door de verweerder beoordeeld aan de hand artikel 7.29 van de WHW, de Colloquium Doctum-procedure, die nader is uitgewerkt in de Onderwijs- en Examenregeling. Daarbij is geoordeeld dat appellante niet kon worden vrijgesteld van de vooropleidingseis en daarom niet direct kon worden toegelaten. Appellante is wel toegelaten, maar onder de voorwaarde dat zij drie staatsexamens met goed gevolg diende af te leggen om definitief te kunnen worden toegelaten.

Appellante was van mening dat zij, gezien haar leeftijd, haar ruime werk- en levenservaring en de door haar behaalde certificaten, onvoorwaardelijk toegelaten zou moeten worden tot de opleiding.

Het CBE overwoog dat verweerder op goede gronden heeft kunnen besluiten dat appellante de drie staatsexamens dient af te leggen, aangezien zij te weinig documenten heeft kunnen overleggen die konden aantonen dat zij wel over voldoende voorkennis beschikte. Het CBE acht het juist dat is gekozen voor de staatsexamens Nederlands en Engels op vwo-niveau, omdat kennis van deze vakken op VWO-niveau onontbeerlijk is voor het volgen van de bacheloropleiding. Voorts heeft verweerder gekozen voor het staatsexamen KCV, omdat dit nauw aansluit bij de studie en bovendien op het interessegebied van appellante ligt. Daarbij is overwogen dat is gebleken dat studenten die dit vak op vwo-niveau hebben behaald, goed kunnen aansluiten in het programma. Het beroep is derhalve ongegrond verklaard.

Appellante is hierop in beroep gegaan bij het CBHO, dat oordeelde dat het CBE terecht geen aanleiding heeft gezien om de beslissing van de examencommissie niet in stand te laten.

 CBE 2013-19

 CBHO Zaaknummer : 2013/139

Datum uitspraak : 4 december 2013

Bij ons leer je de wereld kennen