Lezen begint op schoot
21 januari: Adriana Bus, hoogleraar 'ontluikende geletterdheid' hield oratie

Lezen begint op schoot en niet op school. Ouders die hun kinderen veel voorlezen verhogen de kans dat die op de basisschool zelf probleemloos leren lezen. En dan gaat het niet alleen om begrijpend lezen, maar ook om de techniek van het lezen zelf. Het toverwoord is 'betekenis.' Pedagogen hebben zich te lang eenzijdig gericht op de fonetische aspecten van lezen. Kinderen met een grote woordenschat krijgen lezen eerder en beter onder de knie, en bekendheid met een woord ondersteunt de correcte verklanking van letters en het vinden van het juiste klankpatroon. Voor dyslectische kinderen is het nog belangrijker: die kunnen hun problemen met het herkennen en verklanken van lettercombinaties compenseren door sterker te leunen op betekenis.
Dit zei prof. dr. Adriana Bus in haar oratie die ze 21 januari uitsprak in het Leidse Academiegebouw. Bus bezet een bijzondere leerstoel ingesteld door de De Beauvoir Stichting, en houdt zich bezig met ontluikende geletterdheid: de vroege schriftelijke taalontwikkeling van kinderen tussen 0 en 6 jaar. Hoe die vroege ontwikkeling verloopt, blijkt een grote voorspellende waarde te hebben voor het gemak waarmee kinderen op de basisschool leren lezen. Voorlezen speelt daar een belangrijke rol in.
Antroposofisch Niet dat systematische foneemtraining op school onbelangrijk is, zo stelt Bus, die daar zelf uitgebreid onderzoek naar deed. Een foneem is de kleinste zinvolle klankeenheid. Als kinderen die eenheden niet leren herkennen blijven ze spellen of raden. Bus ontdekte dit in de jaren tachtig, toen bleek dat leesproblemen relatief vaak voorkwamen onder leerlingen van Vrije Scholen. Die hadden de letternamen geleerd volgens een ingewikkeld systeem dat stoelde op de antroposofische ideeën van Rudolf Steiner. Een methode die wel gebaseerd is op systematische foneemtraining is de tegenwoordig veelgebruikte leesmethode 'Veilig leren lezen', waarbij kinderen niet de namen maar de klanken van de letters aanleren, en oefenen om die in gesproken woorden te herkennen.
Phonics Maar foneemtraining is niet het hele verhaal, hoewel sommige onderzoekers in de VS dat wel beweren. Daar is zelfs een leesoorlog gaande tussen 'phonics'- aanhangers en 'whole language'- adepten. Bus wist echter experimenteel en d.m.v. systematische meta-analyse aan te tonen dat voorlezen, met aandacht voor de reacties van de kinderen, de leesontwikkeling ondersteunt. In onderzochte groep kinderen die zonder problemen leerde lezen bleek 64% te zijn voorgelezen. In een groep die daar wel moeite mee had was dat slechts 36%.
Kriskras klikken Ook de computer kan behulpzaam zijn bij het leren lezen, zeker voor kinderen met een anderstalige achtergrond. Maar dan spreekt Bus niet over interactieve boekjes die uitnodigen tot kriskras doorklikken. Die bleken minder leereffecten te hebben dan gewoon voorlezen. Bus en haar promovendi doen nu onderzoek naar 'levende boeken'. Die zijn niet interactief, maar brengen met simpele filmische middelen en geluidseffecten de boeken tot leven. Bus verwacht veel van dit soort computerfilmpjes.
Pressiegroepen Hebben wetenschappers voldoende invloed op het 'leesbeleid' van overheid en onderwijsinstanties, die leerproblemen en het gevaar van 'ontlezing' tenslotte ook hoog in het vaandel hebben staan? Bus: 'Kennis beïnvloedt beleid, maar andere factoren zoals ideologieën, opinies, maatschappelijke groeperingen en pressiegroepen doen dat vaak meer. Tussen 'evidence based' kennis en beleid bestaat een aanzienlijke kloof'.
Links: Voorbeeld 1 van een levend boek Voorbeeld 2 van een levend boek Emergent Literacy Tekst van de Oratie
(25 januari 2005)
|