Lezing Paul van den Akker: De blauwdruk en de stamboom
| Datum | donderdag 24 oktober 2013 |
|---|---|
| Tijd | 19:30 – 21:00 uur |
| Locatie | Lipsiusgebouw, zaal 011 Cleveringaplaats 1 Leiden |
De vijfde lezing in de Studium Generale serie ‘OorsprongsObsessie’ bespreekt hoe kunsthistorici en natuurhistorici elkaar vonden in de 18e eeuw. Zij deelden een zoektocht naar de blauwdrukken die aan de oorsprong zouden liggen van de levensvormen in de natuur. In de historiografie van de kunstgeschiedschrijving is herhaaldelijk gewezen op de invloed van natuurhistorische geschriften van onder anderen Linnaeus en Buffon op het 18e-eeuwse denken over kunst en haar historische en geografische ontwikkeling. In de lezing staat de veronachtzaamde invloed centraal die, omgekeerd, kunsttheoretische en kunsthistorische denkbeelden hebben gehad op de theorieën van natuurfilosofen over de beginselen van de natuur. Deze invloed blijkt onder meer uit de overtuiging die Robert Hooke uitsprak dat het ooit mogelijk moest zijn fossielen historisch en geografisch te ordenen zoals kunstkenners dat doen met archeologische vondsten (Discourse of Earthquakes, 1705), de opvattingen van Buffon en Daubenton over de indeling naar diersoorten op basis van wat zij primitieve tekeningen noemden (Histoire Naturelle, vol. 4, 1753), Petrus Campers theorie over de gezichtslijn als oorspronkelijk recept van de natuur bij de vorming van het menselijk gelaat (Over het natuurlijk verschil der wezenstrekken, 1770 / 1791) en Jean Baptiste Robinets vergelijking van fossielen met schetsen (Considerations Philosophiques de La Gradation Naturelle Des Formes de L’Etre, 1768). Robinets expliciete verwijzing in dit verband naar zowel Winckelmanns uitleg over de logische ontwikkeling van de kunst van primitieve vormen tot de meest perfecte beelden in zijn net verschenen Geschichte der Kunst des Alterthums (1764), als naar geordende kunstkabinetten doet zelfs de vraag rijzen of ook het denken over de oorsprong en ontwikkeling van de kunst van invloed kan zijn geweest op het ontstaan van een vroege evolutietheorie.
Prof.dr. Paul van den Akker is hoogleraar Kunstgeschiedenis tot 1800 aan de Open Universiteit en docent Kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.